Wat is improvisatie?

improvisatie

Muzikale improvisatie is muziek die ter plekke wordt bedacht en uitgevoerd.

Wat is improvisatie?

Muzikale improvisatie (gebaseerd op het Latijnse woord voor ´onvoorzien´) is muziek die ter plekke wordt bedacht en uitgevoerd.

Achtergrond

Het begrip improvisatie wordt meestal gebruikt als tegenhanger van gecomponeerde muziek waarin het materiaal van tevoren is bedacht en gestructureerd. Bij improvisatie wordt vaak wel gebruik gemaakt van bestaande elementen (zoals een onderliggend akkoordenschema in jazzmuziek) maar in essentie ontstaat de muziek spontaan.

De muziekcultuur begon met improvisatie; het noteren van klanken volgde pas later. Volksmuziek ontstond deels uit gezongen en gespeelde improvisaties die door herhaling werden gememoriseerd en een min of meer vaste vorm kregen.

Geschiedenis

Improvisatie speelde in de westerse kunstmuziek aanvankelijk een belangrijke rol, maar verloor na de achttiende eeuw geleidelijk aan betekenis. In Middeleeuwse vocale muziek was het gebruikelijk om te improviseren over een basismelodie. In de Renaissance, Barok en de Klassieke periode was vooral instrumentale improvisatie een standaardvaardigheid. Bach, Händel, Mozart en Beethoven waren beroemd om hun klavierimprovisaties. In klassieke en romantische soloconcerten is de cadens een vast onderdeel: hier kon de solist al improviserend zijn virtuositeit tonen.

Terugval na de Romantiek

In de negentiende eeuw floreerden Romantische virtuozen zoals Chopin, Liszt en Paganini, beroemd om hun improvisatorische gaven. Tegelijkertijd werd muziek steeds genuanceerder door componisten in partituren vastgelegd. Daarmee raakte de rol van improvisatie op de achtergrond. In de loop van de twintigste eeuw nam de betekenis van improvisatie weer toe, zowel in na-oorlogse avantgarde als onder invloed van jazz en pop, waarin improvisatie een fundamentele rol speelt.

Hoe vrij is improvisatie?

De Nederlandse improvisator/componist Maarten Altena merkte ooit op: ´Het begrip improvisatie wordt vaak verward met ¨vrije expressie¨ of ¨doe-maar-wat¨, maar het is een leerbare discipline.´ De kaders van een improvisatie kunnen aangereikt worden door een partituur of schema, of door de interactie met andere musici. Hoe de muzikant daarmee omgaat is een kwestie van muzikale expertise en smaak. De swingende jazzcadens die de allround-pianist Friedrich Gulda ooit in een Mozartconcert speelde werd niet door iedereen gewaardeerd.