Wat zijn voortekens?

voortekens

Met voortekens (een kruis, een mol of herstellingsteken) geef je in muzieknotatie aan dat een noot verlaagd of verhoogd moet worden.

Wat is een voorteken?

Voortekens worden gebruikt bij het noteren van muziek, De meest voorkomende voortekens zijn kruizen, mollen en herstellingstekens. Er zijn ook dubbelkruizen en dubbelmollen.

Wat doet een voorteken?

  • Een kruis geeft aan dat een noot (a, b, c, d, e, f of g) een halve toon verhoogd moet worden (de namen worden dan ais, bis, cis, dis, eis, fis en gis).
  • Een mol geeft aan dat een noot een halve toon verlaagd moet worden (as, bes, ces, des, es, fes en ges).
  • Een herstellingsteken geeft aan dat een noot hersteld moet worden. Als er aan het begin van het stuk één kruis staat, waardoor iedere f een fis wordt, kun je er met een herstellingsteken op één specifieke plek toch weer een 'gewone' f van maken.
  • Een dubbelkruis geeft aan dat een noot twee halve tonen verhoogd moet worden (aisis, bisis, cisis, disis, eisis, fisis en gisis)
  • Een dubbelmol geeft aan dat een noot twee halve tonen verlaagd moet worden (ases, beses, ceses, deses, eses, feses, geses)

Wat is het verschil tussen een voorteken aan de sleutel
en een toevallig voorteken?

In bladmuziek kom je op twee plekken voortekens tegen: vooraan elke notenbalk en op willekeurige plekken in de notenbalk. De voortekens vooraan de notenbalk noemen we ook wel voortekens ‘aan de sleutel’. Die voortekens hebben te maken met de toonsoort waarin een stuk staat, en gelden voor elke noot in het hele muziekstuk.

Als er bijvoorbeeld twee kruisen aan de sleutel staan, op de lijntjes voor de fis en de cis, dan wordt elke f in het hele stuk een fis en elke c in het hele stuk een cis.

Bovendien kun je met behulp van de kwintencirkel aan deze voortekens zien dat dit stuk in D groot of b klein staat.

Voortekens die op andere plekken staan dan aan de sleutel noemen we toevallige voortekens. Deze voortekens voegen informatie toe naast de voortekens aan de sleutel, of wijzigen de informatie van de voortekens aan de sleutel.

Als er bijvoorbeeld ergens een mol staat voor de noot b, dan speel je tijdelijk een bes, en blijf je daarnaast de instructies van de voortekens aan de sleutel opvolgen (fis en cis). Maar als er plotseling een herstellingsteken voor de f staat, dan is het voorteken aan de sleutel (fis) niet meer geldig. Nu moet je toch echt een f spelen.

Hoe lang geldt een voorteken?

De voortekens aan de sleutel gelden het hele stuk. Toevallige voortekens gelden één maat: zodra je de volgende maatstreep tegenkomt, vergeet je ze weer. Daarnaast vervallen ze als er een nieuw voorteken komt, voor dezelfde noot. Staat er aan het begin van de maat een b met een mol, dan speel je een bes. Staat er later in de maat weer een b, maar dit keer met een kruis, dan speel je een bis.

Een fout die beginnende musici soms maken, is het ‘optellen’ van kruizen en mollen: als er een fis aan de sleutel staat, en een fis als toevallig voorteken, dan willen ze een fisis spelen. Maar zo werkt het niet: kruizen, mollen of herstellingstekens worden nooit ‘opgeteld’.

De regel is: kijk eerst naar de voortekens aan de sleutel. Die gelden altijd, tenzij ze worden tegengesproken door een toevallig voorteken. Het toevallige voorteken heeft dan voorrang.