Wat is een symfonie?

symfonie

Een symfonie is een groot orkestwerk, dat meestal bestaat uit vier delen met tempo-afwisseling snel-langzaam-langzaam-snel.

Een symfonie wordt gespeeld door een symfonieorkest: een orkest met een grote strijkerssectie, houtblazers, koperblazers en slagwerk. Het eerste deel van een symfonie is gewoonlijk snel (hoewel soms met een trage introductie) en geschreven in de sonatevorm.

Het tweede deel is doorgaans langzaam. Het derde deel is vaak een dans (zoals in een suite): een menuet plus trio of een scherzo. Het laatste deel is dan weer snel. Vaak is het laatste deel ook het meest virtuoze deel.

Het vierde deel (Presto) uit Haydns Oxford-Symfonie, nr. 92 (1789)

In ‘nieuwere’ symfonieën is er soms nog een vijfde deel, zoals in Mahler’s Zevende of Schumann’s Derde.
(Belangrijke informatie voor tijdens een concert: er wordt niet geklapt tussen de delen!)

Hoe ontstond de symfonie?

De symfonie beleefde zijn hoogtijdagen in de achttiende eeuw. De vorm zoals we die nu kennen ontstond in Italië rond 1730 en verspreidde zich snel over Europa. Vanaf halverwege de achttiende eeuw begon bijna elk concert met een symfonie. De symfonie werd uiteindelijk aan het eind van de achttiende eeuw gezien als de belangrijkste muzikale vorm, en als het hoogtepunt van de instrumentale muziek.

Het eerste deel (Molto allegro) uit Mozarts Symfonie nr. 40 (1788)

Vooral Beethovens symfonieën waren beroemd. Na zijn dood zien we een afname in het aantal nieuwe symfonieën dat er werd geschreven. Componisten durfden zich niet te wagen aan dé proef van bekwaamheid, omdat ze bang waren door de critici te worden vergeleken met Beethoven. De angst was overigens terecht: in veel recensies van symfonieën uit de eerste helft van de negentiende eeuw komt Beethovens naam voor, vaak ten nadele van de besproken componist.

Het eerste deel (Adagio molto) uit Beethovens Tweede symfonie (1802)

Als we de ontwikkeling van de symfonie volgen door de muziekgeschiedenis heen, zien we dat hij groeit: de symfonieorkesten worden groter, het instrumentarium wordt diverser, en de symfonieën duren steeds langer. Een symfonie van Mozart (1756-1791) of Haydn (1732-1809) duurt gemiddeld zo’n vijfentwintig minuten, een symfonie van Beethoven (1770-1827) duurt vaak al drie kwartier, en een symfonie van Mahler (1860-1911) gaat in de regel ruim over het uur heen.

Het vierde deel (Finale: Allegro moderato) uit Mahlers Zesde symfonie (1904)