Wat is een suite?

suite

Een suite is een instrumentale compositie die in de barok is ontstaan uit opeenvolgende hofdansen.

Hoe klinkt een suite?

Dat hangt ervan af wanneer de suite is geschreven. Suites van voor 1750 zijn gebaseerd op traditionele hofdansen die gebruikelijk waren in de vroege barok. Die dansen hadden een vaste volgorde. Daar komt de naam van de suite ook vandaan: ‘suite par’ betekent ‘gevolgd door’.

Na 1750 ontwikkelde de suite zich tot een soort 'samenvatting' van een bestaand stuk, meestal een opera of een ballet. De suite De Notenkraker van Tsjaikovski is een beroemd voorbeeld. Na 1750 werden de dansvormen losgelaten.

Hoe is een suite opgebouwd?


In barokmuziek bestaat een suite in ieder geval uit de volgende onderdelen:

  • Ouverture, een statige opening van de suite waarop traditioneel de gastheer en gastvrouw de zaal binnenschreden.
  • Allemande, een rustige dans in vierkwartsmaat. Je kunt hem herkennen aan de karakteristieke opmaat.
  • Courante, een snelle dans in een driedelige maatsoort.
  • Sarabande, een plechtige dans afkomstig uit Mexico, in een driedelige maatsoort. Meestal heeft de tweede tel van de maat de nadruk.
  • Gigue, een heel snelle dans, weer in een driedelige maatsoort.

Naast deze ‘verplichte nummers' kon de componist extra dansen toevoegen, zoals een menuet, gavotte, chaconne, bourrée, rondeau of air. Deze dansen kregen ook een vaste plek: de chaconne kwam bijvoorbeeld altijd aan het einde.

Een suite van na 1750 heeft geen vaste opbouw. Voorwaarde is wel dat de compositie uit meerdere delen blijft bestaan, en dat de delen niet (zonder stilte tussendoor) in elkaar overlopen. Vaak zijn de individuele delen niet langer dan een minuut of tien.

Hoe ontstond de suite?

In de zestiende en zeventiende eeuw speelden Europese vorstendommen en hoven een grote rol in de bloei van cultuur. Banketten en feesten stonden symbool voor macht. Lodewijk XIV van Frankrijk (1638-1715) was de onbetwiste meester. Hij liet balletten en opera's schrijven door Jean-Baptiste Lully, waarin hij zelf regelmatig de rol van 'Zonnekoning' dansde.

Naast het professionele ballet waren hofdansen een belangrijk onderdeel van deze cultuur. De dansen waren strikt voorgeschreven, elk pasje was vastgelegd. Die verfijndheid en controle wilden de hoven in deze periode graag uitstralen. Het hoforkest speelde ondertussen een instrumentale suite: in de zeventiende eeuw dus echt bedoeld als dansmuziek.

Een suite om op te dansen:
Courante à 5 uit Therpsichore Musicarum, Michael Praetorius

Waarom zijn we stil gaan zitten?

In de zeventiende eeuw werd de suite langzaam kamermuziek in plaats van dansmuziek. Muziek en kunst werden interessant voor de opkomende burgerij, en die hadden niet zoveel met de extravagante danscultuur van het hof.

Steeds vaker gaf men de voorkeur aan een drankje en een goed gesprek; er hoefde geen uitgebreide choreografie meer te worden uitgevoerd. Vanaf de achttiende eeuw is de suite eigenlijk gewoon concertmuziek. Componisten zijn dan ook niet langer gebonden aan de traditionele dansritmes.

Een suite om naar te luisteren:
Ouverture uit de Derde orkestsuite, Johann Sebastian Bach

In de negentiende eeuw worstelde de suite met concurrerende instrumentale genres, zoals de symfonie. Dansvormen uit de zestiende eeuw waren niet meer in zwang. In plaats daarvan werd de suite ingezet als 'samenvatting' van muziek uit een opera of ballet, om de uitvoering daarvan zonder decor, kostuums, zangers en dansers mogelijk te maken.

Een suite samengesteld uit balletmuziek:
Daphnis et Chloé nr. 2, Maurice Ravel