Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Kirill Gerstein over het Pianoconcert van Thomas Adès

door Jacqueline Oskamp
18 feb. 2020 18 februari 2020

‘Ik zal zorgen dat je veel te doen hebt’, zei Thomas Adès een paar jaar geleden tegen zijn vriend pianist Kirill Gerstein, in antwoord op diens verzoek om iets voor hem te schrijven. Het werd het Pianoconcert dat de pianist deze maand vertolkt met het Concertgebouworkest.

Thomas is een goede pianist’, zegt Kirill Gerstein, ‘maar hij heeft me toevertrouwd dat hij opgelucht is dat hij deze pianopartij niet zelf hoeft te spelen.’ Gerstein is de solist in het Pianoconcert van de Britse componist Thomas Adès, dat een jaar geleden bij het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Adès zijn eerste uitvoering beleefde.

  • Kirill Gerstein

    foto: Winslow Townson

    Kirill Gerstein

    foto: Winslow Townson

  • Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

    Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

  • Kirill Gerstein

    foto: Winslow Townson

    Kirill Gerstein

    foto: Winslow Townson

  • Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

    Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

Zoals de titel al suggereert, is het een groots genrestuk dat zich kan meten met de virtuoze pianoconcerten uit de negentiende eeuw, opgebouwd uit drie delen en met de klassieke rolverdeling van een solo-instrument dat de strijd aangaat met een voltallig orkest. Het compositorische idioom van Thomas Adès beweegt geraffineerd tussen de traditionele gestiek en moderne klankvelden.

Klusje

Zeven jaar geleden, toen Gerstein het veel ingetogener In Seven Days (2008) van Adès voor piano en orkest had gespeeld, werd het eerste zaadje voor het huidige pianoconcert geplant. ‘Ik vroeg Thomas of hij iets voor mij wilde schrijven. Zelf dacht ik aan een klein stuk, maar toen hij er een paar jaar geleden aan begon, zei hij: ‘Ik zal zorgen dat je veel te doen hebt!’’

Na de Britse première van het Piano­concert in oktober jongstleden schrijft de criticus van The Times dan ook: ‘Toen Kirill Gerstein en de London Philharmonic naar het slot van de cartoonachtige finale sprintten, hoorde ik luisteraars naar adem happen en zelfs een kreet: wow! De laatste keer dat ik zulke spontane reacties in de concertzaal hoorde, was toen Vladimir Horowitz Chopin speelde...

  • Kirill Gerstein en Thomas Adés

    foto: Winslow Townson

    Kirill Gerstein en Thomas Adés

    foto: Winslow Townson

  • Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

    Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

  • Kirill Gerstein en Thomas Adés

    foto: Winslow Townson

    Kirill Gerstein en Thomas Adés

    foto: Winslow Townson

  • Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

    Kirill Gerstein

    foto: Marco Borggreve

Gerstein vertolkte de woest-veel­eisende solopartij met onbekommerde virtuositeit en het LPO was ook goed op dreef. Dat moest ook wel. Ik hoop maar dat de technische eisen van deze muziek andere uitvoerders niet ervan weerhouden om het standaard op het repertoire te nemen.’

De recensent van The Sunday Times, met de partituur op schoot, rept zelfs van ‘many impossibilities (…) page after page’. Daar is Kirill Gerstein het niet mee eens. In een telefonisch interview vanuit zijn woonplaats Stuttgart, waar hij lesgeeft aan de ­Musikhochschule, zegt hij: ‘Net als het Derde pianoconcert van Rachmaninoff is dit zo’n stuk waarbij je in het begin de moed in de schoenen zinkt: ‘Dit is niet mogelijk. In ieder geval ík kan dit niet.’ Maar als je dan toch doorgaat, dan gebeurt er op een gegeven moment iets. In je hersenen verandert iets wat doorwerkt in je lichaam. Het stuk wordt niet opeens makkelijk, maar wel natuurlijk en speelbaar.’

Jazz

Kirill Gerstein, in 1979 geboren in de stad Voronezh, zo’n vijfhonderd kilometer ten zuiden van Moskou, staat bekend als een alleskunner. Hij was een wonderkind dat op drie­jarige leeftijd al achter de piano kroop, les kreeg van zijn moeder en op zijn elfde een Internationale Bach Competitie in Polen won.

Hij profiteert van het hoge niveau van het klassieke muziekonderwijs in de ­toenmalige Sovjet-Unie, maar zijn carrière neemt een onverwachte wending als hij de jazzplaten van zijn ouders gaat na­spelen. Ook dat blijkt hij buitengewoon goed te kunnen. Hij is net veertien als hij op een jazzfestival in Sint-Petersburg de ­jazzvibrafonist Gary Burton ontmoet, die hem aanmoedigt om jazzpiano aan het gerenommeerde Berklee College of Music in Boston te komen studeren. Samen met zijn ouders verhuist hij naar de Verenigde Staten om als jongste leerling ooit de opleiding te gaan volgen.

Problematisch huwelijk

Aanvankelijk speelt hij zowel jazz als klassiek, maar als Gerstein in 2001 het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv wint – hij is dan 22 – besluit hij zich in professioneel opzicht op het klassieke repertoire te focussen. Ook vraagt hij de Amerikaanse nationaliteit aan, omdat zijn Russische paspoort zoveel problemen met visa oplevert dat zijn tournees vaak in het honderd lopen. ­Tegenwoordig woont Gerstein deels in de Verenigde Staten en deels in Duitsland.

Zijn klassieke carrière verloopt zo voorspoedig dat hij de middelen heeft om een prachtige verzameling instrumenten uit verschillende stijlperiodes aan te leggen (een Steinway, een zeldzame Bechstein met twee klavieren, een negentiende-eeuwse Pleyel en de Blüthner uit het ouderlijk huis).

In 2010 mag hij de prestigieuze Gilmore Artist Award in ontvangst nemen en met de bijbehorende 300.000 dollar besluit hij een reeks compositieopdrachten te verstrekken. ‘Ik had me geen bevredigender manier kunnen voorstellen om het geld te besteden’, zegt hij daarover. Zo ontvangt hij nieuwe stukken van Oliver Knussen, Alexander Goehr, Chick Corea, Brad Mehldau en Timo Andres.

‘Ik denk dat de discussie over de vermenging van jazz en klassiek ondertussen achterhaald is’

Met name Corea en Mehldau ­wortelen in de jazztraditie. Op mijn vraag of Gerstein op zoek is naar een combinatie van jazz en klassiek, antwoordt hij: ‘Dat huwelijk blijft problematisch, alleen George Gershwin is er goed in geslaagd. Ik denk dat de discussie over de vermenging van jazz en klassiek ondertussen achterhaald is.

Tegenwoordig is het muzikale idioom versplinterd. Je kunt niet meer spreken van a + b, want het hele alfabet mengt zich tot nieuwe woorden. Net als taal is ook muziek ­voortdurend aan verandering onderhevig, in de vorm van tegenstrijdigheden, onregelmatigheden en asymmetrie.

Over het Pianoconcert van Thomas Adès werd geschreven dat er jazzinvloeden in zitten, maar ik weet niet of Toms timing in bepaalde passages, die je zou kunnen betitelen als groove of swing, afkomstig is uit de jazz of uit de Barok. Wat mij betreft is er alleen maar muziek – goede muziek en niet-goede muziek.’

Vriendschap

En zo heeft Kirill Gerstein ook een uitgesproken opvatting over wat een goede musicus is. ‘Met je leven lang op het conservatorium repertoire uit de periode 1820-1870 spelen, kom je er niet. Als uitvoerend musicus moet je je zo veelzijdig mogelijk ontwikkelen: soleren, kamermuziek spelen, nieuwe muziek uitvoeren, lesgeven, improviseren, componeren – net als Liszt en Busoni in de negentiende eeuw. Het is mijn overtuiging dat muziek daarover gaat, en niet over de toetsen op een piano of honderd uur per week studeren.’

Het is precies die visie die Gerstein deelt met Thomas Adès, met wie hij al jaren niet alleen bevriend is, maar met wie hij ook een pianoduo vormt. Het Piano­concert ziet hij als de bezegeling van hun vriendschap. ‘We hebben allebei een brede belangstelling, een brede smaak, we houden van veel muzieksoorten. Doordat we ook samen optreden, leer je elkaar op onverwachte manieren kennen. Ik beschouw het als een vriendschap met veel dimensies, ook omdat Tom zo’n originele geest is.’

‘Er gaat een grote rijkdom in Adès’ Pianoconcert verscholen, die maakt dat er veel interpretatieve mogelijkheden zijn’

‘Zijn Pianoconcert speelt zich af op het scherp van de snede, net als dat van Rachmaninoff of Busoni. Ik moet alles geven wat ik in huis heb, maar uiteindelijk gaat het niet om de virtuositeit, maar om de manier waarop hij zijn muzikale ideeën vorm geeft. Die is interessant, ambigu, complex, helder. Je merkt hoeveel effect dat heeft op het publiek.

Ik vind die complexiteit aantrekkelijk: daardoor is het concert elke keer weer anders.  De ene dag springt een bepaald detail of accent eruit, de volgende dag een klankkleur. Er gaat een grote rijkdom in verscholen, die maakt dat er veel interpretatieve mogelijkheden zijn. Afhankelijk van het orkest, de dirigent, het publiek en natuurlijk mijzelf, klinkt het stuk steeds anders. Het groeit. Veel nieuwe composities verdwijnen na de première diep in een la, maar voor dit Piano­concert is nu al veel belangstelling, bij uiteenlopende orkesten. Ik weet zeker dat het een lang leven beschoren zal zijn.’  

Wat zegt de pers?

Thomas Adès’ Pianoconcert is de kroon op zijn jarenlange samenwerking met Kirill Gerstein. Sinds de wereldpremière op 7 maart 2019 in Boston is het werk bezig aan een ware zegetocht. In Gerstein heeft Adès de perfecte uitvoerder gevonden. Vooral diens ‘tedere stemvoering in de cluster-akkoorden die de melodie van het langzame deel omkransen’ bleven de recensent van The New York Times bij.

De Boston Globe roemde Gersteins ‘verbluffende behendigheid en lenigheid’ in het derde deel: ‘De pianist sprintte omhoog over het melodische equivalent van een oneindige trap en gleed daarna omlaag langs een balustrade van handpalmclusters en notenwatervallen.’ Nog in 2019 volgden uitvoeringen in New York, Leipzig, Kopenhagen, Cleveland, Londen en Helsinki. Nu is het de beurt aan Amsterdam om kennis te maken met Adès’ Pianoconcert. En daarna? Dan mag het van Musical America ‘toetreden tot het repertoire van iedere pianist die zich kan bogen op de nodige titanentechniek.’

Busoni-Liszt-Adès

Kirill Gerstein soleert op 20 en 22 maart niet alleen in Thomas Adès’ Pianoconcert, maar ook in Ferruccio Busoni’s weinig bekende Romanza e scherzoso. Gerstein – die ook Busoni’s grootschalige Pianoconcert op zijn repertoire heeft – en de componist-dirigent-pianist Adès gelden beiden als toonaangevende -Busoni-vertolkers. In een interview voor Presto Classical vertelde Gerstein uitgebreid over zijn liefde voor de Italiaanse componist (1866-1924).

‘Ik voel me al aangetrokken tot Busoni’s muziek sinds ik tien of elf was: ik kreeg van mijn pianoleraar in de Sovjet-Unie een geweldig boek, in een tijd dat er nauwelijks literatuur over hem verkrijgbaar was. Ik weet nog dat ik helemaal in de greep was van zijn persoonlijkheid, en ik denk dat dat gevoel altijd bij me is gebleven. […]

Het interessante van Busoni is dat hij bij het grote publiek nog steeds niet wordt erkend als de homo universalis die hij was – Busoni bevond zich vijfentwintig jaar lang midden in het centrum van het culturele leven, tijdens een heel belangrijke periode in de Europese geschiedenis.

Toen hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in ballingschap leefde, bevonden James Joyce, Stefan Zweig, Umberto Boccioni zich in zijn sociale kring, en ze wisselden allemaal ideeën uit. Ze waren veel meer dan alleen maar kennissen. [Busoni was belangrijk voor] Sibelius, maar oefende ook invloed uit op Arnold Schönberg, Edgard Varèse en Kurt Weill.

‘Liszt is de boomstam en wij zijn allemaal zijn takken’

En als je verder terugkijkt, was hij een tijdje een protégé van Brahms en kende hij Liszt persoonlijk, dus in zekere zin is Busoni een link tussen de negentiende-eeuwse romantische traditie van de grote virtuoos en het begin van het modernisme in de muziek.’

Over Liszt gesproken – de geest van de grote pianoleeuw waart door de muziek van zowel Busoni als Adès. ‘Liszt is de boomstam en wij zijn allemaal zijn takken’, zo zag Busoni het. Gerstein: ‘Ik denk dat je wel mag beweren dat Liszt de moderne manier van pianospelen heeft uitgevonden, min of meer in een periode van twintig jaar, en alles wat daarna kwam was ofwel een letterlijk gebruik van Liszts pianotechnieken, ofwel een verder uitwerken van wat je in zijn pianocomposities aantreft.

Volgens mij geldt dat in ieder geval voor Busoni, Ravel, Debussy, Prokofjev, Rachmaninoff, en zo ongeveer iedereen die je kunt bedenken tot aan twintigste-eeuwse ontwikkelingen als het gebruik van clusters en andere ‘extended techniques’. Ook Adès’ nieuwe Pianoconcert heeft veel Liszt-achtige texturen!’

vr 20, zo 22 maart | Grote Zaal
Concertgebouworkest
Thomas Adès dirigent
Kirill Gerstein piano

Bekijk dit concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.