Concertprogramma

RCO Opening Night | Hengelbrock en Damrau

Grote Zaal, 14 september 2017

Print dit programma

18.00 uur walking dinner
20.15 uur concert

Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Hengelbrock dirigent
Diana Damrau sopraan 

pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.20 uur

download de zangteksten

 

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Ouverture uit ‘Don Giovanni’, KV 527 (1787) 

L’amerò, sarò costante
uit ‘Il rè pastore’, KV 208 (1775)
(rondeau van Aminta)
viool solo: Joris van Rijn 

Bella mia fiamma, addio! –
Resta, o cara, KV 528 (1787)
recitatief en aria voor sopraan en orkest

Symfonie nr. 32 in G gr.t., KV 318 (1779)
Allegro spirituoso
Andante
Primo tempo

E Susanna non vien! – Dove sono i bei momenti 
uit ‘Le nozze di Figaro’, KV 492 (1786)
(recitatief en aria van La Contessa) 

pauze

Antonín Dvorák 1841-1904

Achtste symfonie in G gr.t., op. 88 (1889)
Allegro con brio
Adagio
Allegretto grazioso
Allegro ma non troppo

 

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

ouverture uit ‘don giovanni’

KV 527 (1787)

tekst: Carine Alders

Praag, eind oktober 1787. Wolfgang Amadeus Mozart legt de laatste hand aan Don Giovanni, een nieuwe opera ter ere van het bezoek van aartshertogin Maria Theresa, die op haar huwelijksreis Praag aandoet. De première is al twee keer uitgesteld. Te weinig repetitietijd, een zieke diva… maar ook Mozart zelf is nog niet klaar, de ouverture ontbreekt nog.

Veertig jaar later zou zijn weduwe Constanze tegenover het uitgeversechtpaar Vincent en Mary Novello verklaren hoe Mozart vlak voor de première de hele nacht doorwerkte, met haar aan zijn zijde om hem af en toe wakker te porren.

Bij de première kreeg het orkest de ouverture voor het eerst op de lessenaar en Mozart was opgetogen over de kwaliteit van de uitvoering, hoewel er volgens hem wel ‘heel wat nootjes onder de lessenaar gevallen waren’.

Start / pauzeer slideshow

De muziek begint mysterieus en onheilspellend in d klein, een voorbode van het duistere lot dat Don Giovanni boven het hoofd hangt. Binnen twee minuten draait de stemming echter om als een blad aan een boom en gaat Mozart over naar D groot. De levenslust van de rokkenjager Don Giovanni laat zich niet intomen.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

l’amerò, sarò costante

uit ‘Il rè pastore’, KV 208 (1775) (rondeau van Aminta)

Salzburg, april 1775. Mozart is in dienst van graaf Colloredo en aartshertog Maximiliaan Frans, de oom van voornoemde Maria Theresa, brengt een bezoek aan de stad.

Colloredo heeft zijn negentienjarige componist opgedragen een opera te produceren voor de feestelijke ontvangst. De jonge musicus kiest een bewerking van een bekend libretto van hofdichter Pietro Metastasio, de gebruikelijke gang van zaken voor gelegenheidscomposities aan het hof.

Start / pauzeer slideshow

Het verhaal handelt over de herder Aminta, die eigenlijk een troonpretendent blijkt te zijn. Als herder belooft hij trouw aan zijn geliefde Elisa, maar als koning wordt hij geacht met een ander te trouwen.

In de aria L’amerò, sarò costante zingt Aminta dat hij van Elisa houdt en haar trouw zal blijven. De oprechtheid van de herder/koning – bij de première gezongen door de castraat Tommaso Consoli – overtuigt het gezag en de twee krijgen toestemming om te trouwen.

download de zangteksten

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Bella mia fiamma, addio!

KV 528 (1787) recitatief en aria voor sopraan en orkest

Praag, begin november 1787. De opera Don Giovanni is eindelijk in première gegaan en warm ontvangen. Mozart dirigeert zelf de eerste uitvoeringen. Tussendoor bezoekt hij het echtpaar Dušek in hun villa Betramka, net buiten de stad.

Josefa Dušek
Josefa Dušek

De vriendschap met sopraan Josefa Dušek dateert nog uit de tijd dat Mozart in Salzburg woonde en werkte. Aan Mozarts zoon Karl wordt de anekdote toegedicht dat de sopraan zijn vader met papier en inkt opgesloten zou hebben in het prieel en pas vrijgelaten zou hebben zodra hij voor haar een aria geschreven had met als uitgangspunt de tekst ‘Bella mia fiamma, addio!’

Uit speelse wraak zou Mozart verdraaid lastige passages gecomponeerd hebben met de dreiging zijn werk te vernietigen als Dušek het niet foutloos van blad zou zingen. Vast staat dat Mozart de afscheidsaria vlak voor zijn vertrek uit Praag componeerde. Eerder had hij dergelijke afscheidsaria’s ook voor andere sopranen gecomponeerd en sommige biografen denken dat de relatie met Dušek niet zuiver platonisch was.

Dušek kwam zelf met de tekst; ze wist dat iedereen er een schandaaltje in zou vermoeden, maar als gewiekste zakenvrouw wist ze ook dat dat haar roem geen kwaad zou doen. Vol overgave zal ze gezongen hebben hoe zij haar geliefde zou verlaten en zou kiezen voor de dood, zodat de geliefde vrij zou zijn om met een waardiger partner te trouwen.

download de zangteksten

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

symfonie nr. 32

in G gr.t., KV 318 (1779)

Salzburg, april 1779. Na een reis met zijn moeder naar Mannheim en Parijs zet Mozart zich weer met frisse tegenzin aan het werk voor Colloredo. Maar ook in deze gemoedstoestand bubbelt zijn brein over van de ideeën.

Deze eerste compositie na zijn terugkeer is niet een vierdelige symfonie zoals wij die tegenwoordig kennen. Het korte werk van ongeveer acht minuten – de drie delen gaan zonder onderbreking in elkaar over – heeft meer weg van een Italiaanse ouverture voor het theater, ook wel ‘sinfonia’ genoemd.

Met een blazersbezetting van maar liefst vier hoorns, fluiten, hobo’s en fagotten zat Mozart duidelijk met zijn hoofd nog in Mannheim, voor Salzburg was deze bezetting ongekend.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

e Susanna non vien! – dove sono I bei momenti

uit ‘Le nozze di Figaro’, KV 492 (1786) (recitatief en aria van La Contessa)

Praag, januari 1787. Le nozze di Figaro is een hype in de stad. Mozart schrijft aan zijn vriend Gottfried von Jacquin: ‘Hier wordt alleen maar over Figaro gesproken, niets dan Figaro wordt gespeeld, geblazen, gezongen en gefloten.’

Het Praagse publiek moet zich kostelijk vermaakt hebben met alle verkleedpartijen, het verstoppertje spelen en de persoonsverwisselingen. Maar Mozart schreef ook een gevoelige aria voor gravin Almaviva, die met lede ogen toeziet hoe haar man zijn zinnen zet op haar kamermeisje.

Start / pauzeer slideshow

‘Hoe vernederend is mijn rol in dit spel. Eerst hield hij van me, toen liet ik hem onverschillig en nu bedriegt hij mij.’ Haar verdriet maakt duidelijk dat de herinnering aan gelukkiger tijden nog niet vervlogen is. Tussen alle komische verwikkelingen staat hier een vrouw die oprecht gekwetst is.

download de zangteksten

Antonín Dvořák 1841-1904

Achtste symfonie

in G gr.t., op. 88 (1889)

Praag, 2 februari 1890. Antonín Dvořák dirigeert de première van zijn Achtste symfonie in G groot in het vijf jaar eerder geopende Rudolfinum, een imposant cultuurcentrum aan de oever van de Moldau. Van de provinciestad uit Mozarts tijd is Praag uitgegroeid tot een moderne industriestad.

Waar honderd jaar eerder de Dušeks resideerden in hun buitenhuis Betramka, roken nu de fabrieksschoorstenen. Dvořák trok 's zomers naar zijn buitenverblijf Vysoka, vijftig kilometer ten zuidwesten van de stad. Daar componeerde hij in de nazomer van 1889 een symfonie vol indrukken van het Boheemse landleven.

Start / pauzeer slideshow

Nu zijn naam gevestigd was, kon hij naar eigen zeggen eindelijk eens iets componeren naar zijn eigen ideeën. Het is een symfonie vol optimisme: een lome zomerdag, de vogels fluiten, jachthoorns klinken over de velden.

Dit is muziek van een intens tevreden mens. Op de partituur schreef hij: ‘Voor de toelating als lid tot Keizer Frans Jozefs Tsjechische Academie voor Wetenschap, Literatuur en Kunsten’. Op 9 december 1889 reisde hij naar het Weense hof om de achterneef van Mozarts Maria Theresa te ontmoeten. Met zijn Achtste symfonie maakte hij vervolgens een zegetocht door Europa.