Concertprogramma

Scherpdenkers: Lucas De Man en Asko|Schönberg

Kleine Zaal, 3 oktober 2019

Print dit programma

Lucas De Man spreker

Asko|Schönberg
James Oesi zang/contrabas
Jana Machalett fluit
David Kweksilber klarinet
Tjeerd Oostendorp tuba
Pauline Post piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.

Tom Johnson (1939)

Failing: A Difficult Piece for Solo String Bass (1975)
voor contrabas solo

Galina Oestvolskaja (1919-2006)

Compositie nr. 1 ‘Dona nobis pacem’ (1970-71)
voor piccolo, tuba en piano

Alvin Lucier (1931)

Heavier than Air (1999)
‘for any number of performers using gas-filled balloons’

Louis Andriessen (1939)

Y después (1983)
voor stem en ensemble

Charles Ives (1874-1954)

fragmenten uit ‘Four Ragtime Dances’ (1915-21)
voor klein orkest

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

De volgorde van het programma is onder voorbehoud.

De toekomst van de democratie

door Jacqueline Oskamp

Op zoek naar de toekomst van de democratie gaat de Vlaamse theatermaker Lucas De Man ook bij musici uit de eigentijdse muziek te rade. Heel begrijpelijk, want in de jaren zeventig hadden politieke begrippen als democratie, inspraak, medezeggenschap en solidariteit een directe en levendige betekenis in de hedendaagse muziekpraktijk.

Het ensemble waarin het democratisch beginsel zelfs ‘volledig’ werd doorgevoerd, was orkest De Volharding, in 1972 opgericht door componist Louis Andriessen en vanaf 1978 een Coöperatieve Vereniging. Dit betekende dat alle musici evenveel inbreng hadden bij essentiële beslissingen: wat er gespeeld werd, hoe dat gespeeld werd en waar – uiteraard zonder dirigent, want niemand werd geacht de baas te spelen.

Dat de noten zelf geen politieke voorkeur kunnen uitspreken, is logisch. Maar de keuze van tekst (strijdbaar), podium (protestbijeenkomsten) en organisatievorm (niet-autoritair collectief) getuigt wel degelijk van een uitgesproken politiek-maatschappelijk engagement.

Start / pauzeer slideshow

Ook Asko|Schönberg – twee in 2009 gefuseerde ensembles die dateren uit respectievelijk 1965 en 1974 – heeft zijn wortels in diezelfde woelige jaren waarin maatschappelijke verandering hand in hand ging met vernieuwing van de muziekpraktijk.

Vandaar dat de huidige generatie jonge musici voor dit concert kan putten uit een ruime voorraad politiek geëngageerde stukken, die op verschillende manieren een maatschappijkritische boodschap verkondigen. Ook in de vorm van het concert willen zij het democratisch idee beproeven.

Hoe dit precies gestalte zal krijgen, moet nog blijken tijdens het (ongetwijfeld democratisch georganiseerde) repetitieproces, maar vaststaat dat het geen traditioneel concert wordt. Een gemeenschappelijk besluitvormingsproces waarbij niet alleen musici maar wellicht ook luisteraars zijn betrokken, bepaalt hoe de avond verloopt.

De volgende componisten staan op de rol om te worden gespeeld.

Tom Johnson 1939 / Galina Oestvolskaja 1919-2006

Johnson en Oestvolskaja

De Amerikaanse ­componist Tom Johnson stelt in Failing voor contrabas solo de hypocrisie van de concertpraktijk aan de orde, waarin een musicus geacht wordt met ogenschijnlijk gemak en plezier de meest ingewikkelde partituren foutloos te vertolken.

In Failing schrijft Johnson een halsbrekend-virtuoze partij voor, terwijl de bassist synchroon aan de muziek een even complexe tekst moet uitspreken, waarin hij de muzikale handeling van dat moment beschrijft. Een opgave die gedoemd is te mislukken – maar is de performance dan geslaagd of geflopt?

Start / pauzeer slideshow

De Russische componiste Galina Oest­volskaja kan beschouwd worden als het negatief van een revolutionair: zij trok zich juist terug in haar innerlijk, een zogeheten innere Emigration.

Door de Sovjet-dictatuur gedwongen tot een artistiek kluizenaarschap, ontwikkelde zij in eenzaamheid een even gestaalde als persoonlijke taal: compromisloze muziek die zich probeert te meten met het geweld van de staatsterreur.

Alvin Lucier 1931

Lucier

Alvin Lucier is in Amerika een van de belangrijkste experimentele componisten van zijn generatie, die – in de voetsporen van John Cage – de luisteraar bewust maakte van de schoonheid van zogenaamd niet-­muzikale geluiden. Met andere woorden: een democratisering van het muzikale materiaal.

Start / pauzeer slideshow

Een van zijn bekendste werken is I’m Sitting in a Room, dat is gebaseerd op het doorgaans als storing ervaren principe van feedback (rondzingend geluid).

Heavier than Air trekt het oor naar een geheimzinnig gefluister dat zich, weerkaatsend via ballonnen, door de ruimte verspreidt.

Louis Andriessen 1939

Andriessen

Louis Andriessen heeft via verschillende wegen geprobeerd de muziekpraktijk te veranderen. Door ensembles op te richten die waren gebaseerd op een gelijkwaardige verhouding tussen componist en muzikant. Door bij politieke manifestaties, waaronder de vele anti-Vietnambetogingen in de jaren zestig, vurige muziek aan te dragen om het moreel van de demonstranten op te poken.

En door geëngageerde teksten op muziek te zetten, zoals het prachtige, weemoedige gedicht Y después van de in de Spaanse Burgeroorlog vermoorde schrijver Federico García Llorca, in 1983 voor De Volharding.

Overigens bleek het democratisch concept van De Volharding op den duur niet houdbaar. Niet alleen omdat absolute democratie leidt tot verlamming (urenlange discussies over futiliteiten), maar ook omdat muziek en politiek twee verschillende grootheden zijn.

Zo splitste een deel van de musici zich af naar aanleiding van een spontane protestdemonstratie op 1 januari 1975 tegen het regime van Franco, die zijn tegenstanders tegen de wurgpaal zette: daar mocht De Volharding niet ontbreken.

Start / pauzeer slideshow

De meerderheid van het ensemble wilde echter een concertafspraak in Enschede nakomen en gaf dus voorrang aan het muzikale belang.

Dat gold ook voor de oprichter zelf: Louis Andriessen verliet in 1978 zijn plek aan de piano en koos voor een bestaan als componist – een in de aard van de zaak autoritaire bezigheid, immers één persoon legt zijn wil op aan misschien wel een heel orkest.

Daarmee is niets gezegd over het al dan niet slagen van het democratisch experiment dat Lucas De Man en ­Asko|Schönberg nu gaan ondernemen. Anno 2019 kennen we een sterk populistische onderstroom en zal de wil van het publiek – wie weet een referendum over de uit te voeren composities – een grotere rol spelen dan destijds.

In het verlengde daarvan duikt het the­ma vrijheid op: als een deel van het publiek of ensemble zijn recht gebruikt een compositie weg te stemmen, gaat dit direct ten koste van die luisteraars en spelers die de betreffende muziek juist koesteren. Hoe met dit dilemma om te gaan?

Kortom, democratie 3.0 probeert de waarden en problemen van onze tijd te benoemen en die artistiek te onderzoeken.

Charles Ives 1874-1954

Ives

De Amerikaanse componist Charles Ives symboliseert de gedachte van ­‘inclusiviteit’, die in de jaren zestig en zeventig opgang maakte en waar Ives dus ver op vooruitliep.

Geen onderscheid tussen hoge en lage kunst, geen buitensluiting van wie of wat dan ook, maar muziek waarin jazz, kinderliedjes, avant-garde, fanfare, klassiek, pop en marsmuziek worden versneden tot een kleurrijke, uit het leven gegrepen collage.

Start / pauzeer slideshow

Dirigent Reinbert de Leeuw, Louis Andriessen en schrijver J. Bernlef waren zo enthousiast over de anarchistische, onafhankelijke geest van deze sociaal-darwinist, die geloofde in de zogeheten referendumdemocratie (hoe meer mensen een opvatting delen, hoe groter de kans is dat zij het moreel gelijk aan hun kant hebben), dat zij in 1968 de eerste Charles Iv­es Society ter wereld oprichtten.