Concertprogramma

Van Baerle Trio in Schumanns Eerste pianotrio

Kleine Zaal, 3 december 2018

Print dit programma

Van Baerle Trio:
Hannes Minnaar piano
Maria Milstein viool
Gideon den Herder cello

 

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Pianotrio in Es gr.t., op. 70 nr. 2 (1808)
Poco sostenuto - Allegro, ma non troppo
Allegretto
Allegretto, ma non troppo
Finale: Allegro 

Tristan Keuris (1946-1996)

Pianotrio (1984)
[in één deel]

pauze (± 21.00 uur)

Robert Schumann (1810-1856)

Eerste pianotrio in d kl.t., op. 63 (1847) 
Mit Energie und Leidenschaft
Lebhaft, doch nicht zu rasch
Langsam, mit inniger Empfindung
Mit Feuer  

einde (± 21.55 uur) 

Je hoort een heel orkest

door Anneloes Brand

Het Van Baerle Trio werkt aan een reeks cd’s met alle pianotrio’s van Ludwig van Beethoven. Voor de eerste twee edities, die respectievelijk in november 2017 en juni 2018 verschenen, kreeg het Amsterdamse trio lovende recensies.

De Volkskrant schreef: ‘Het is knap als je het als trio voor elkaar krijgt een orkest te suggereren, nog veel beter is het als je helemaal geen orkest meer wilt horen. Van die orde is deze uitvoering.’

Vandaag nemen de musici met Beethovens Pianotrio in Es groot alvast een voorschot op een volgende cd en spelen zij ook het geliefde Eerste pianotrio in d klein van Robert Schumann.

Daarnaast zet het trio landgenoot Tristan Keuris, die in de tweede helft van de twintigste eeuw aanzien in binnen- en buitenland genoot, in het zonnetje. Zijn lyrische en expressieve Pianotrio vormt zowel een contrast als een passende toevoeging aan het programma.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Pianotrio

Het jaar 1808 was een productief jaar voor Beethoven. Hij voltooide onder meer zijn Vijfde symfonie en schreef de Zesde symfonie ‘Pastorale’. In hetzelfde jaar componeerde hij de twee Pianotrio’s, opus 70 gedurende zijn verblijf in het huis van gravin Anna Maria von Erdödy in Wenen.

Uit dankbaarheid voor haar gastvrijheid droeg hij de twee trio’s bij hun publicatie in 1809 aan haar op. De set omvat een breed scala aan gevoelsuitdrukkingen. Het dramatische Eerste trio in D groot balanceert tussen uitbundige triomf en verwoestende wanhoop.

Start / pauzeer slideshow

De zonderling angstaanjagende sfeer van het langzame deel bezorgde het trio de bijnaam ‘Geister’. Daarentegen is het Tweede trio in Es groot ontspannen, weldadig en, gedeeltelijk, volkomen klassiek, alsof het over zijn schouder terugblikt naar Haydn en Mozart.

Toch getuigt Beethovens Pianotrio in Es groot vanaf het begin van een compleet andere muzikale wereld: het opent met een cellosolo, gevolgd door de viool en daarna de piano (de rangorde bij Haydn is precies omgekeerd). De strijkers lijken de eerste drie delen te domineren; pas in de Finale klinkt de piano in zijn volle verscheidenheid en grandeur.

Tristan Keuris 1946-1996

Keuris: Pianotrio

1984

‘In deze tijd waarin alles mag en kan, is de basis voor het componeren volledig zoekgeraakt’, zei Tristan Keuris eens in een interview. ‘Want als je de klassieke traditie en de tonaliteit de deur uitgooit, en ook hetgeen ervoor in de plaats kwam, de dodecafonie, het seriële componeren en andere technieken als voorbij beschouwt, wat moet je dan nog?’

De Nederlandse componist studeerde bij Ton de Leeuw aan het Utrechts Conservatorium, maar ging na zijn opleiding al gauw zijn eigen weg. Hij liet zich beïnvloeden door muziek uit de Romantiek en de Klassieke Periode, maar ook door modernere stromingen, en ontwikkelde zijn eigen muzikale taal, bestaande uit tonaal en atonaal materiaal, harmonische spanningen, ritmische gedrevenheid en emotionele zeggingskracht.

In 1984 componeerde Keuris zijn eendelige Pianotrio voor het Nederlandse Mendelssohn Trio. Destijds oordeelden enkele recensenten: ‘Een werk dat [...] als een brok ingedikte passie de luisteraar betoverde’ en ‘een organisch geheel met diepgang en een rijke emotionele inhoud’.

Luister ernaar als naar een spannend verhaal, met een verrassende ontknoping aan het eind. ‘Het slot heeft iets van klokgelui dat steeds in kracht toeneemt. Het stuk eindigt in een reusachtige klank’, aldus Maria Milstein, violiste van het Van Baerle Trio.

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Eerste pianotrio

Robert Schumann componeerde zowel het Eerste pianotrio in d klein, op. 63 als het Tweede pianotrio in F groot, op. 80 in 1847; zijn Derde pianotrio in g klein, op. 110 stamt uit het jaar 1851.

Aangezien de piano Schumann het meest na aan het hart lag – en zijn vrouw Clara een beroemde concertpianiste was – is het niet zo verbazingwekkend dat de piano de drijvende kracht van de trio’s is, waarbij de strijkers de pianopartij volgen of er samen tegenwicht aan bieden.

Start / pauzeer slideshow

Het Eerste pianotrio wordt algemeen beschouwd als het sterkste van de drie. Schumann begon er een paar dagen voor zijn verjaardag (8 juni) aan, en nam er naar eigen zeggen uitgebreid de tijd voor. ‘Vroeger schreef ik praktisch al mijn kortere werken in een soort bezetenheid en voltooide ik er vele haast ondenkbaar snel. […] Vanaf 1845 ontwikkelde ik een nieuwe methode van componeren, waarbij ik alles in mijn hoofd bedacht en uitwerkte.’

Het leverde een compositie op die romantisch van stijl is, maar met een grote rol voor contrapunt (de oude kunst van het combineren van verschillende melodische lijnen). De componist had de schets alsnog in tien dagen klaar op 16 juni en presenteerde het volledige werk aan Clara op haar verjaardag, 13 september.

Kort erna voerde zij het trio voor het eerst uit tijdens een besloten concert, samen met twee strijkers uit de Dresdner Hofkapelle. De pianiste was erg te spreken over de nieuwe pennenvrucht van haar echtgenoot: ‘Dit werk klinkt alsof het is gecomponeerd door een aanstormend talent, zo jeugdig en krachtig en tegelijkertijd zo meesterlijk uitgewerkt. Het eerste deel is een van de fraaiste die ik ken.’