Wie was Jean Sibelius?

Jean Sibelius

componist (1865-1957)

Jean Sibelius is een Finse componist die het in korte tijd tot 'nationale held' schopte in het door Rusland onderdrukte Finland. Hij baseerde zijn muziek op traditionele Finse cultuur en mythen, maar was niet onverdeeld gelukkig met de creatieve beperkingen die zijn positie als nationaal componist met zich meebracht.

Jeugd en opleiding

Jean Sibelius wordt in 1865 in Hämeenlinna geboren als 'Johan Sibelius' in een Zweedstalige Finse familie. Hij verliest zijn vader op zijn derde en wordt opgevoed door zijn moeder, grootmoeder en tante.

Zijn oom Pehr, een amateurviolist, stimuleert zijn prille muziekliefde. Sibelius stort zich als tiener op vioolspel en droomt van een solocarrière. Als hij in 1882 van zijn tante Evelina een compositiehandboek krijgt (dat al lang op zijn verlanglijstje stond, maar 'ongelofelijk duur' was) neemt zijn interesse in compositie toe.

Rond zijn twintigste schrijft hij zijn eerste composities, waaronder Vattendroppar, en neemt hij de naam 'Jean' aan. Een studie rechten aan de universiteit van Helsinki houdt hij maar één jaar vol. In Helsinki wordt hij vervolgens compositieleerling van Martin Wegelius en (in zijn laatste jaren in Helsinki) Ferruccio Busoni.

Deceptie en zoektocht naar een eigen stijl

In 1889 ontmoet Sibelius de gebroeders Järnefelt, die een belangrijke rol hebben in de Finse en Zweedse cultuur. Finland is op dat moment moment een 'Grootvorstendom', geregeerd door Rusland, en het toneel van een taalstrijd: inwoners spreken gedeeltelijk Zweeds en Fins.

De broers Järnefelt openen Sibelius de ogen voor Finse ­geschiedenis en de Kalevala, het nationale epos. Sibelius wordt verliefd op hun zus Aino, zijn toekomstige echtgenote.

Start / pauzeer slideshow

Na afronding van zijn studie bij Wegelius ontvangt Sibelius een stipendium om zijn compositiestudie voort te zetten in Berlijn, bij Albert Becker. Becker − volgens Sibelius 'saai en conservatief van top tot teen' − demotiveert de jonge, ambitieuze componist door hem een 'dieet' van Bach-fuga's en contrapunt voor te schrijven. Gefrustreerd grijpt Sibelius naar de drank: het begin van een levenslange alcoholverslaving

Sibelius' verblijf in Wenen in 1891, opnieuw mogelijk gemaakt door een Fins stipendium, markeert een kantelpunt in zijn carrière. Hier hoort hij Anton Bruckners Derde ­symfonie en krijgt hij interesse in orkestcompositie. Ook een uitvoering van Richard Wagners Siegfried maakt grote indruk.

Ondertussen verlooft hij zich heimelijk met de pro-Finse Aino, en hoewel Sibelius nog altijd met haar correspondeert in het Zweeds ('dan duurt het tenminste niet vijf minuten om ieder woord op te schrijven') krijgt de Finse cultuur steeds meer van zijn aandacht. De eerste zin uit het Zweedstalige lied Drömmen lijkt geinspireerd op traditionele Finse melodieën.

Een politieke rol als nationale held

Nog in Wenen neemt Sibelius zich voor aan een vijfdelig symfonisch gedicht met de naam Kullervo te beginnen. Terug in Finland dompelt hij zich onder in zijn nieuw uitgevonden Fins-nationalistische imago. Hij bezoekt volksdichter en zangeres Larin Paraske en maakt een pelgrimstocht naar Karelia, een regio die wordt gepromoot als thuishaven van authentieke Finse muziek en poëzie.

In deze periode rondt Sibelius Kullervo af, en het stuk beleeft een succesvolle première. Nieuwe composities als De zwaan van Tuonela, de 'Lemminkäinen'-suite en het symfonisch gedicht Finlandia maken hem in korte tijd populair in zijn vaderland. Als ‘nationale componist’ krijgt Sibelius vanaf 1897 wederom een jaarlijks staatsstipendium.

‘Maar heel weinig mensen begrijpen wat ik heb gedaan en wil doen op het gebied van de symfonie.’

Sibelius in zijn dagboek, 1943

De bloei van carrière van Sibelius loopt parallel aan een toenemende politieke druk vanuit Rusland. Tsaar Nicolaas II geeft in 1898 de opdracht tot 'Russificatie' van de Finse bevolking. Het stuk Finlandia wordt vervolgens symbool van de Finse vrijheidsstrijd. Ook Sibelius' eerste twee symfonieën worden beschouwd als onderdeel van zijn militante, pro-Finse houding.

In deze periode maakt Sibelius ook naam in de rest Europa, waar hij in verschillende hoofdsteden (Kopenhagen, Berlijn, Parijs) zijn eigen muziek dirigeert. Ondertussen drinkt en rookt hij, en verkwist hij zijn geld.

Na 1900 gaat Sibelius steeds meer gebukt onder zijn tegenstrijdige ambities: het streven naar zowel originaliteit als acceptatie, het streven naar zijn regionale roem in Finland en tegelijk het veiligstellen van zijn Europese reputatie als modernist. Hij probeert die twee ambities op één lijn te brengen in zijn latere symfonieën.

De 'stilte van Järvenpää'

Samen met Aino vestigt hij zich in een nieuwgebouwd landhuis bij Järvenpää, nabij Helsinki. De natuur daar wordt een belangrijke inspiratiebron. Als bij hem keelkanker geconstateerd wordt is hij doodsbang, maar na een geslaagde operatie rookt en drinkt hij als vanouds verder.

Sibelius gaat vanaf 1919 met een kaalgeschoren hoofd door het leven, om zijn koele, sfinx-achtige imago te benadrukken. Hij treedt nog een paar keer op als dirigent en werkt gelijktijdig aan zijn Zesde en Zevende symfonie.

Na het symfonisch gedicht Tapiola uit 1926 begint ‘De stilte van Järvenpää’: tot zijn dood dertig jaar later voltooit Sibelius geen nieuwe werken meer. Nazi-Duitsland vereert hem als typisch Arische componist, tot zijn onmin. Schetsen voor de lang verwachte Achtste symfonie verbrandt hij rond 1945. Sibelius overlijdt in 1957 in Järvenpää.

Bijgewerkt op donderdag 17 mei 2018