Wie is Ludwig van Beethoven?

Ludwig van Beethoven

componist

‘Ik zal het noodlot bij de keel grijpen. Het zal me beslist niet helemaal verpletteren.’ Brief van 16 november 1801 aan Franz Gerhardt Wegeler, de jeugdvriend tegenover wie Beethoven zich voor het eerst over zijn doofheid heeft uitgelaten

Ludwig van Beethoven werd op 17 december 1770, waarschijnlijk een dag na zijn geboorte, gedoopt in de Remigiuskerk te Bonn. Hij overleed op 26 maart 1826 in Wenen.

Jonge jaren in Bonn

De componist was het tweede kind van Johann en Maria Magdalena (geb. Keverich) van Beethoven. Van vijf kinderen werden alleen Ludwig, Caspar Anton Carl (1774) en Nikolaus Johann (1776) volwassen. Ludwigs vader en grootvader waren als respectievelijk zanger en kapelmeester aan het hof van Bonn verbonden. Vanaf zijn vijfde jaar kreeg Ludwig piano- vioollessen van zijn vader. Na zijn tiende jaar ging hij niet meer naar school.

In 1778 gaf Beethoven zijn eerste concert als pianist. Vanaf 1781 kreeg hij piano- en compositieles van de hoforganist Christian Gottlieb Neefe. In 1783 kreef Beethoven zelf een baantje aan het hof als klavecinist in het orkest en vormden zijn Kurfürsten sonates zijn eerste publicatie. Werk als pianoleraar bij de cultureel hoogstaande familie von Breuning komt Beethovens algemene ontwikkeling ten goede, en in de zoon des huizes Stephan vindt hij een vriend voor het leven.

In 1787 ontmoet hij Mozart tijdens een bezoek aan Wenen, maar keert terug naar Bonn omdat zijn moeder op sterven ligt. Zijn broer Johann raak aan de drank en wordt onder curatele gesteld. Vanaf 1789 is Ludwig officieel hoofd van de familie. In 1792 krijgt hij een beurs van de keurvorst om in Wenen bij Joseph Haydn te gaan studeren.

Wenen

Beethoven volgt ongeveer anderhalf jaar lessen bij Haydn. Hij maakt al gauw naam als pianovirtuoos en wordt vooral geprezen om zijn ongeëvenaarde improvisaties. Als pianoleraar is hij in trek bij de adel. In 1795 worden de Pianotrio’s opus 1 gepubliceerd.

In een brief uit 1801 vermeldt Beethoven aan zijn jeugdvriend Franz Wegeler dat hij sinds een paar jaar problemen met zijn gehoor heeft. Op 6 oktober 1802 schrijft hij voor zijn broers het Heiligenstadt testament, waarin hij zich verontschuldigt voor de door zijn doofheid veroorzaakte neiging tot afzondering: ‘De deugd en de liefde voor de kunst hebben me ervan weerhouden zelfmoord te plegen’. In zijn laatste jaren was Beethoven zo doof dat hij vragen alleen kon beantwoorden als ze voor hem op werden geschreven.

Start / pauzeer slideshow

Liefde

Beethoven is vaak verliefd geweest, maar altijd vrijgezel gebleven. Rond 1801 vraagt hij zijn leerlinge gravin Giulietta Guicciardi, aan wie de Mondscheinsonate is opgedragen, ten huwelijk. Haar vader weigert. Tussen 1804 en 1807 schrijft enkele liefdesbrieven aan Josephine von Brunswick. Zij krijgt in 1813 een dochter, Minona (Anonim). De vader is onbekend; er is gesuggereerd dat het Beethoven was.

De componist heeft in 1810 het voornemen om met Therese Malfatti te trouwen, maar wordt afgewezen. Voor wie de (waarschijnlijk) in 1812 geschreven, maar niet verzonden brief aan de ‘Unsterbliche Geliebte’ bestemd is geweest, is onzeker. Men neemt tegenwoordig aan dat het Antonie Brentano, een vriendin van Goethe, was.

Betekenis

Ludwig van Beethoven heeft de definitieve emancipatie van de instrumentale muziek bewerkstelligd. Hij heeft de symfonie, het concert, de sonate en het strijkkwartet een uitdrukkingskracht verleend waarvan men dacht dat ze aan de vocale muziek was voorbehouden. Daarbij streefde hij in zijn werken een hoge mate van samenhang en eenheid na en breidde hij de dimensies uit. Hij geloofde in de verheven idealen van de Franse Revolutie – Alle menschen werden Brüder – en beschouwde het als zijn plicht als kunstenaar om die uit te dragen. Zijn symfonieën zijn niet voor een hof, of een elite bestemd. Het zijn redevoeringen tot de mensheid. Beethovens muziek is tot klinken gebrachte wilskracht.

Bijgewerkt op donderdag 10 januari 2019