Interview

Orkestlid: Henriette Luytjes

Eerste violiste in het Concertgebouworkest

Henriette Luytjes viert haar 25-jarig jubileum bij het Koninklijk Concertgebouworkest. De eerste violiste vindt haar baan nog steeds ongelooflijk leuk. ‘Het klinkt zo cliché, maar de tijd is omgevlogen.’

Henriette Luytjes warmt haar zelfgebakken appelcakejes op terwijl ze enthousiast over haar vak begint te praten. ‘Ik was in 1984 net afgestudeerd bij Viktor Liberman en begonnen bij Herman Krebbers op het conservatorium van Amsterdam toen ik voor het eerst bij het Koninklijk Concertgebouworkest remplaceerde. In die beginperiode maakten veel programma’s indruk, maar toen Harnoncourt in 1989 de Da Ponte-opera’s van Mozart dirigeerde, voelde ik meteen dat ik met mijn neus in de boter was gevallen.'

'In die periode kreeg ik tevens mijn vaste aanstelling bij het orkest.’ Voor Henriette is Harnoncourt altijd een van haar favoriete dirigenten gebleven, vanwege zijn pure en authentieke benadering van de muziek. ‘De meeste musici realiseerden zich toen al dat die uitvoeringen uniek waren. We hebben het er onderling nog regelmatig over. Soms ben ik wel eens weemoedig en denk ik: ga ik zoiets ooit nog eens meemaken? Gelukkig zijn er dirigenten als Haitink, Fischer en Blomstedt, met wie ik ook veel onvergetelijke muzikale momenten heb beleefd.’

Start / pauzeer slideshow

Wenen-Amsterdam

'Haar grote liefdes, Mozart, Mahler en Miles (Davis), prijken aan de wand in haar woning. ‘De drie grote M’s, noem ik ze. Mozart en Mahler behoren tot mijn favoriete componisten, maar ik ben ook een groot liefhebber van jazz. Zelfs naar de betere popmuziek luister ik regelmatig, dat kan ook niet anders met een tienerdochter.'

'Mijn dochter Marloes, die een studie lichte muziek zang en piano doet, neemt me wel eens mee naar concerten, zoals ik dat vroeger ook met haar deed. Na mijn scheiding, zestien jaar geleden, nam ik haar overal mee naar toe. Dan zat ze als driejarig meisje een hele Mahler-symfonie uit, helemaal alleen tussen wildvreemde mensen in het publiek. Soms denk ik dat ik haar heb overvoerd met klassieke muziek. Dat ze voor de lichte muziek gaat is misschien een reactie daarop, maar dit past bij haar en ze moet vooral haar eigen pad kiezen.’

Haar eigen weg gaan, dat deed Luytjes indertijd ook. Na haar studie bij Krebbers vertrok ze in 1986 voor een paar jaar naar Wenen. Daar studeerde ze eerst bij Gerhart Hetzel, de toenmalige concertmeester van de Wiener Philharmoniker, en kreeg ze vervolgens een vaste aanstelling bij het Wiener Kammerorchester. ‘Dat was een geweldige tijd en naast de concerten in het Konzerthaus, de vaste thuisbasis van het orkest, reisden we de hele wereld over. Voor een musicus is het geweldig om in een muziekstad als Wenen te wonen, maar toen mijn moeder vertelde over een vacature bij het Concertgebouworkest wist ik dat ik terug wilde naar Nederland.’

'Auditeren vond ik, zoals de meeste musici, zenuwslopend. Podiumangst is iets waar veel artiesten dagelijks mee te maken hebben en lijkt een taboe.'

Zenuwslopend

Henriette werd niet direct aangenomen maar remplaceerde twee jaar fulltime bij de ­eerste violen van het orkest voordat ze een vaste aanstelling kreeg in diezelfde groep. ‘Auditeren vond ik, zoals de meeste musici, zenuwslopend. Podiumangst is iets waar veel artiesten dagelijks mee te maken hebben en lijkt een taboe. De liefde voor de muziek maakt dat je er mee om kunt gaan, maar makkelijk is het niet altijd. Gelukkig heb ik er in het orkest nooit last van.’

En op het kamermuziekpodium wint Henriettes liefde voor de muziek het van haar podium­angst. Ze vormde begin jaren negentig met een aantal collega’s het succesvolle Euridice Kwartet, waarmee zij gedurende een aantal jaren concerten gaf en cd’s opnam. Ook soleerde ze onlangs met collega ­Mirte de Kok in Bachs Dubbelconcert in d klein, BWV 1043, en vormt ze samen met twee vriendinnen het Trio Karamazov, dat afwisselend barok- en tangomuziek speelt.

‘Ik ben altijd erg actief geweest naast het orkest en remplaceer nog af en toe bij het ­Metropole Orkest. Daarnaast ben ik vast lid van het Concertgebouw Kamerorkest, waar ik regelmatig concertmeester ben. Ik verveel me dus niet snel.’

Zelfreinigend

Na 25 jaar heeft Henriette het nog steeds erg naar haar zin bij het orkest waarbij ze zich zo nauw betrokken voelt. ‘Een tijdje geleden maakte ik me zorgen over het individualisme binnen het orkest. We hebben veel nieuwe spelers die stuk voor stuk geweldig spelen en voor wie ik veel bewondering heb.'

'Sommige musici komen binnen met een andere speelcultuur, waar niks mis mee is, maar je moet dan als ensemble weer op zoek naar homogeniteit. Dat heeft tijd nodig, maar ik heb gemerkt dat het orkest ondanks de verjonging zijn eigen klank herwint. Daaruit blijkt dat een orkest van zo’n kaliber een soort zelfreinigend effect heeft.’

Veel van haar oude ‘maatjes’ zijn onderhand met pensioen. Voor Henriette is dat vooral tijdens de tournees een gemis. ‘Ik kan erg goed alleen zijn, maar op reis is het fijn om je ervaringen met iemand te delen en tussen concerten door samen iets leuks te ondernemen. Ik had veel dierbare vrienden in dit orkest en moet weer even mijn draai vinden nu de meesten weg zijn. Ik realiseerde me onlangs dat ik de eerstvolgende ben in mijn groep die met pensioen gaat en ik ben pas 56 jaar! Daar schrok ik wel even van.’

Klank en kleur

Wat haar zorgen baart, is dat veel ­orkesten luider gaan spelen. ‘Het is een gevoelig onderwerp, merk ik. Ik heb het tijdens een vergadering wel eens voorzichtig aangekaart, waarna mensen zich snel aangesproken voelden, terwijl het om ons allemaal gaat. Ik denk dat het erg belangrijk is dat we hierover in discussie blijven en het niet als een onomkeerbaar gegeven accepteren.'

'Net zoals de kleurschakeringen een schilderij bijzonder maken is het heel belangrijk dat een orkest als dit zich blijft onderscheiden in het geraffineerd toepassen van een uitgebreid klankkleurpalet. Ik denk dat we in onze nieuwe chef Daniele Gatti een dirigent gevonden hebben die hier veel aandacht aan gaat besteden.’

Muziek betekent veel voor de violiste, maar er is meer dan dat. Ze heeft veel interesses, waaronder filosofie en astronomie, waarin ze cursussen volgde. Daarnaast maakt Henriette sieraden waarmee ze vorig jaar exposeerde in Huize Gaudeamus in Bilthoven. Enthousiast laat ze haar werkruimte zien die volstaat met honderden doosjes vol kraaltjes en pailletten. ‘Hier kan ik uren bezig zijn, jammer dat ik altijd tijd te kort kom.’ Tussen de kralen en haar lessenaar hangt een portret van Mahler. Henriette kijkt ernaar: ‘En hij is nog knap ook.’