Interview

‘Het werkt écht!’

Uit het Preludium maandblad oktober 2019

Het hele leven van Fréan Visscher is verknoopt met het Concertgebouw­orkest en Het Concert­gebouw. Als scholier zag ze Van Beinum dirigeren, ze kreeg er haar eerste baan, trad er op met onder meer het Toonkunstkoor en vond haar grote liefde in het orkest. Nu steunt ze Concertgebouworkest Young. ‘Ik gun elk kind een passie voor het leven.’

Al jong ontdekte Fréan Visscher haar passie voor muziek. ‘Ik had een fantastische onderwijzer op de basisschool van wie ik blokfluitles kreeg. Veel later realiseerde ik me pas hoe belangrijk dat is geweest. Er was thuis geen geld voor pianoles, maar mijn moeder verhuurde kamers aan buitenlandse muziekstuden­ten.

Eentje had een piano en als hij niet thuis was mocht ik erop spelen. Op de piano stond een bundel met sonates van Schubert en ik vond die muziek zo mooi... Ik heb daardoor voor een groot deel mezelf piano leren spelen. Toen de student vertrok kreeg ik de bundel.’

Zingen

‘Ik bloeide op in de zestiger jaren, een heftige en spannende tijd. Ik kende veel jonge componisten en musici. Op een dag toonde hoboïst Han de Vries vol trots een uitgave van Jiddische liedjes, samengesteld door zijn moeder. Hij speelde er iets uit en als vanzelf zong ik mee. Han was verrast door mijn stem en adviseerde me daar iets mee te doen.

Start / pauzeer slideshow

Maar ik had geen idee wat en hoe. Hij introduceerde me bij zangeres Joanna Diepenbrock en ik zong daar Ne me quitte pas van Jacques Brel. Na afloop vroeg ik wat ik moest betalen voor de auditie en ze zei: ‘Ach Fréan, stuur me maar een vrijkaartje voor je eerste recital in de Kleine Zaal.’ Zo begon ik vol vertrouwen mijn zangstudie, eerst bij Meinard Kraak en later aan het Amsterdams Conservatorium.

Boterhammen met Bernstein

‘Ik heb mijn studie niet af kunnen maken, er moest brood op de plank komen. Mijn eerste baan was voor het Nederlands Kamerorkest, met een kantoor in een foyer van Het Concertgebouw. Ik kende alle suppoosten en at mijn boterhammen bij repetities met Pierre Monteux en ­Leonard Bernstein.’

En toen kwam de Amerikaanse tubaïst Donald ­Blakeslee naar Amsterdam. ‘We hebben bij een boterham met kroket bij Keyzer nader kennisgemaakt.’ Blakes­lee zou tot zijn dood in 2004 solotubaïst van het Concertgebouw­orkest blijven. Donald en Fréan kregen een dochter en een zoon, Vanessa en Matthias. Zij zitten nu in de adviesraad van het Fréan Visscher Fonds en denken met hun moeder mee over de besteding van het geld dat ze heeft ondergebracht in haar Fonds op Naam.

Razend

‘Vorig jaar heb ik mijn boerderij in Dijkerhoek verkocht. Ik word een dagje ouder en het is erg afgelegen. Toen ik vervolgens al die nullen op mijn bankrekening zag wist ik dat dit het moment was om een langgekoesterde wens in vervulling te laten gaan.’

Waar het geld naar toe moest was al snel duidelijk. ‘Toen door de bezuinigingen steeds meer muziekscholen hun deuren sloten was ik rázend. Het is zo belangrijk dat jonge mensen in aanraking komen met muziek. Toen ik in Preludium het interview met Lili Schutte over Concertgebouworkest Young las, viel alles op z’n plek. Dat initiatief wilde ik steunen. Het is zo belangrijk dat kinderen ervaren hoe spannend, ontroerend en inspirerend muziek kan zijn. Vanessa en Matthias waren ook meteen enthousiast over mijn plan.’

Inmiddels heeft het debuut van Young plaatsgevonden. Ze was erg onder de indruk. ‘Het werkt écht, en hoe!’

Sponsoring

De levenslange passie van Fréan is altijd muziek en organiseren gebleven. Met haar eigen bedrijf Visscher & Partners stond ze aan de wieg van sponsoring in de culturele sector. ‘Het was pionierswerk in een tijd dat veel musici sponsoring zagen als heulen met de duivel. Ze dachten dat ze T-shirts moesten dragen met sponsornamen, zoals in het voetbal.’

Inmiddels bestaan sommige sponsorrelaties al dertig jaar en is de wederzijdse waardering enorm gegroeid. ‘Een samenwerking is geslaagd als musici op een verjaardagsfeestje met trots over de sponsor kunnen praten.’ En nu heeft ze zelf een Fonds op Naam bij het Concertgebouw­orkest ingesteld. ‘Het is heel fijn om mensen te kunnen steunen die dingen doen die je zelf niet meer kunt, maar wel zo ontzettend belangrijk vindt.’