Terugblik

Perfectie in de orkestbak

Uit het Preludium maandblad juni 2019

Het Concertgebouworkest voerde Debussy’s opera Pelléas et Mélisande vijfentwintig keer in de orkestbak uit, en schreef daarmee iedere keer geschiedenis. 

‘Ik ben erg teleurgesteld, beste vriend – ik had gehoopt dat ik naar Amsterdam kon komen en nu moet ik er van afzien – de zenuwaandoening in mijn linkerarm is uiterst pijnlijk en ik moet tweemaal per dag een behandeling met x-stralen ondergaan. Ge kunt niet vermoeden hoeveel ik er mij van had voorgesteld om Donderdag bij u allen te zijn!

Breng mijn groote teleurstelling over aan de Wagnervereeniging, met mijn oprechten dank voor haar uitnoodiging; en dank ook de vertolkers van het werk van den meester voor mij, zeg hun dat ik in gedachten bij hen was en hun dankbaar ben.’ Aldus een deel van een uit het Frans vertaalde brief van de weduwe van Claude Debussy aan de dirigent Pierre Monteux.

Lees ook: Verliefd op Mélisande’ – interview met Stéphane Denève

De Telegraaf drukte deze af in zijn avondeditie van 12 november 1927. Emma Debussy doelde op de eerste van vier uitvoeringen van Pelléas et Mélisande georganiseerd door de Wagnervereeniging in de Amsterdamse Stadssschouwburg. Het Concert­gebouworkest, de vaste partner van de vereniging, zat in de orkestbak.

Start / pauzeer slideshow

De 31-jarige in Zwitserland geboren Charles Panzéra vertolkte de rol van Pelléas en de 38-jarige Française Yvonne Brothier die van Mélisande. De opvoeringen, waaraan naast andere solisten het koor van de Wagnervereeniging meewerkte, werden een geweldig succes.

Superieure hoedanigheden

Hoewel het de eerste keer was dat het Concertgebouworkest Debussy’s opera in de orkestbak speelde, had het precies twee jaar eerder al onder Monteux’ leiding tijdens een abonnementsconcert aandacht besteed aan gedeelten ervan. De Nieuwe Rotterdamsche Courant meldde dat het orkest toen subliem speelde.

Naast Panzéra zong de in 1880 geboren Gabrielle Gills, volgens het Algemeen Handelsblad een ­sopraan ‘van héél bijzondere superieu­re hoedanigheden’. De Fransman Pierre Monteux, die als vaste gast­dirigent van het orkest fungeerde in de periode 1925-1934, bracht in die jaren met het Concertgebouworkest talrijke eerste uitvoeringen en wereldpremières met een verbijsterende veelzijdigheid. Zijn programma’s waren vaak opmerkelijk en gedurfd. Zo liet hij op die 12de november 1925 scènes uit Debussy’s opera voor de pauze voorafgaan door de Zevende ­s­ymfonie van Antonín Dvořák.

In 1935 en 1937 voerde ­Monteux als ‘gewoon’ gastdirigent met het Concertgebouworkest en de Wagner­vereeniging opnieuw Pelléas et Mélisande uit. Opvoeringen met andere dirigenten volgden in 1938 en 1948. Eduard van Beinum dirigeerde in 1942 tijdens een concert van de zomerserie enkele scènes.

Subliem en bewogen

Na 1948 duurde het tot 1970 eer deze muziek opnieuw op de lessenaars van het Concertgebouworkest kwam te staan. Wie in het Holland Festival 1970 een van de vijf opvoeringen in samenwerking met De Nederlandse Operastichting heeft meegemaakt, moet er een welhaast onvergetelijke muzikale herinnering aan hebben overhouden.

Jean Fournet, toentertijd verbonden aan het Radio Filharmonisch en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, had de muzikale leiding. Hij kende het werk door en door en dirigeerde sereen en duidelijk, maar zonder dat er zelfs maar even een glimlach op zijn gezicht kwam. Alles kwam vanuit zijn handen en armen. In Amsterdam werd in de Stadsschouwburg opgetreden, waar de orkestbak voor het voortreffelijk musicerende orkest eigenlijk te klein was. Het Parool trok de aandacht met: ‘Debussy’s ‘Pelléas’ met Concertgebouworkest in hoofdrol’ en ‘Sublieme bewogen directie van Jean Fournet’. Ook de vocalisten maakten indruk.

Lees ook: Johan Giskes schrijft al 25 jaar regelmatig over de geschiedenis van het Concertgebouworkest - een interview

De dirigent schreef daags na de eerste opvoering een brief aan de artistiek leider van het orkest, Marius Flothuis, waarin hij vroeg om alle orkestleden geluk te wensen en hen zeer hartelijk te bedanken voor de buitengewone uitvoering.

Hij had de inzet en interesse die ze tijdens het repeteren hadden getoond al enorm gewaardeerd, wat gevolg had voor de voorstelling. Fournet gaf ook aan dat hij bijna vijftig keer wereldwijd voorstellingen van Pelléas had gedirigeerd, maar nooit een orkestrale interpretatie had verkregen die even intens, krachtig en licht tegelijkertijd, fijnzinnig, soepel en ontroerend was. Het Concertgebouworkest had hem een van de grote vreugden in zijn ‘carrière debussyste’ gegeven.

Toch zou het bijna een halve eeuw duren – afgezien van drie concerten in 1994 met een symfonisch arrangement van de componist en dirigent Marius Constant – eer Debussy’s meesterwerk opnieuw op de lessenaars zou komen te staan. Deze maand is het Stéphane Denève die het Concertgebouworkest leidt bij De Nationale Opera.

Pelléas et Mélisande | 5 t/m 27 juni
Nationale Opera & Ballet |Koninklijk Concertgebouworkest
Stéphane Denève — dirigent

Bekijk dit concert op de website van het Koninklijk Concertgebouworkest