Interview

'Ik ben verliefd op elke noot'

Uit het Preludium maandblad mei 2019

Pianist Thomas Beijer was een jaar of zestien toen zijn leraar Jan Wijn Spaanse muziek voor zijn neus zette. Het bleek het begin van een band die vermoedelijk nooit meer zal breken. Op 9 mei speelt hij in de Kleine Zaal Iberia van Albéniz. ‘Het voelt als thuiskomen.’

Thomas Beijer (1988) is in beginsel pianist. Zolang je dat benadrukt, mag je er naar eigen inzicht bijvoeglijke naamwoorden bij plakken. Hij is bijvoorbeeld een componerend pianist. Onlangs nog componeerde hij Variaties op een thema van Chopin, verplichte kost voor deelnemers van het YPF Pianoconcours 2019, het concours dat hij zelf in 2007 won. Thomas Beijer is ook een schrijvend pianist. Twee jaar geleden verscheen zijn eerste roman Geen jalapeños, en dat zal waarschijnlijk zijn laatste niet zijn.

Als het aan Thomas zelf ligt, is Thomas Beijer in de toekomst ook een beeldhouwend pianist, en ook een schilderend of dichtend pianist zou hem niet misstaan. ‘Mijn vriendin heeft wel eens uitgeroepen: is er ook een kunstvorm die je niet wil uitproberen?’

Tuinhuisje

Thomas nodigt me voor ons gesprek uit bij hem thuis, maar al na enkele minuten sta ik met een dampende beker koffie in mijn handen weer buiten. In zijn tuin. Hij neemt me mee naar wat op het eerste gezicht een uit de kluiten gewassen tuinhuisje lijkt, maar al snel een volledig ingerichte studio blijkt. Aan de ene kant meters boeken aan de muur, een lage fauteuil en een bureau afgetopt met een echte notarislamp, aan de andere kant zijn vleugel. Die laatste, daar gaat het om, want over zijn grote liefde Iberia spreken zonder het te spelen, dat kan hij niet.

Een gesprek met Thomas Beijer houdt dan ook het midden tussen een hoorcollege en een tenniswedstrijd, zo vaak vliegt hij heen en weer van zijn plekje tussen de boeken naar zijn instrument, om enthousiast te laten horen hoe mooi, genereus, speels, trots, donker, dramatisch, verdrietig, oftewel geniaal Albéniz is. ‘Alles zit er in. Feest, een in klank gestolde liefdesverklaring, maar ook de sensuele en bijna erotische Andalusische volksmuziek. Ik ben verliefd op elke noot. Eigenlijk ben ik getrouwd met het stuk. Dat moet ook wel, want anders wordt het heel moeilijk.’

Snel wordt duidelijk waarom. Albéniz werkte de laatste vijf jaar van zijn leven aan de twaalf delen (verdeeld over vier boeken) van Iberia. Meestal hoor je maar één of enkele delen, omdat elk deel op zichzelf al zo veel contrasten kent. Het hele werk spelen is een opgave. Studeren voor dit concert kostte Thomas niet minder dan een half jaar per boek. Hij wil het tot in zijn diepste vezels kennen en verbinden met zijn eigen kennis over Spaanse muziek.

‘Mensen denken dat het vooral geschikt is als toegiftmuziek, of feestmuziek. Exotisch, leuk castagnettegeklapper.’

Tijdens ons gesprek speelt hij meerdere keren een ‘prachtige romantische zin’; ik kan mijn enthousiaste antwoord nog net binnenhouden als hij iets roept als: ‘Mooi hè? Nou, zo moet het dus niet. Je kunt in Spaanse muziek heel veel, en heel veel niet. Het moet niet schumannesk romantisch worden. In een Rondeña – stammend uit het Andalusische plaatsje Ronda – bijvoorbeeld, is elk einde van de maat een springplank voor de volgende.’ Het is een kwestie van een ritmisch accent, een minieme plaatselijke syncope, of een soort ritmische voorslag als je wil. Dat moet je weten, en als groot liefhebber weet Thomas dat. ‘Met dit soort dingen zit Iberia helemaal vol.’

Verdrietig en trots

Het spelen van de volledige Iberia kun je ook beschouwen als een statement tegen het vooroordeel dat volgens Thomas nog steeds heerst tegen Spaanse muziek. ‘Mensen denken dat het vooral geschikt is als toegiftmuziek, of feestmuziek. Exotisch, leuk castagnettegeklapper. Maar zo’n Iberia, daar zit zo veel diepte in.’ We geven het vele namen en komen erop uit dat het dikwijls verdrietig is, maar toch ‘trots’ blijft. ‘Trots is misschien een beetje cliché, maar het zwelgt nooit. De donkere delen zijn verdrietig, melancholisch, maar met een rechte rug. Bijna een understatement, alsof het over de ellende heen lacht.’ Na een tijdje begint me nog een mooie kwaliteit van Albéniz op te vallen: verdrietig, ja, maar hij wordt nooit sentimenteel. Telkens opnieuw, hoe donker ook, precies wanneer je gedachten dreigen af te dwalen in weeklagen of zelfmedelijden, schudden Albéniz en Beijer je weer bij zinnen.

De Spaanse Iberia is muziek van extremen. Thomas voorspelt glimlachend dat er mensen zullen zijn die zeggen: ‘Ik vond het soms wel een beetje hard hoor’, maar dat moet ook. Hoe anders kan feestelijkheid binnen één gedachte omslaan naar verstillende melancholiek? En dat is nog maar een van Albéniz’ contrasten. Thomas zal op 9 mei het publiek in de zaal met zijn spel net zo meeslepen als mij in zijn uit de kluiten gewassen tuinhuisje.

do 9 mei | Kleine Zaal
Thomas Beijer – piano

Bekijk het concertprogramma

Start / pauzeer slideshow