Achtergrond

Stradivarius onder de xylofoons

Uit het Preludium maandblad maart 2019

Sinds kort bezit het Koninklijk Concertgebouworkest twee zeldzame Deagan-xylofoons. Eéntje is een bizarre vondst via Marktplaats. Slagwerker Mark Braafhart: ‘Hoewel xylofoon met een ‘s’ was geschreven, ging ik toch maar even kijken.’ 

Met grote zorg tillen Paul Bouten en Mark Braafhart twee xylofoons op het podium van de Grote Zaal. In eerste instantie zien beide instrumenten er hetzelfde uit, alleen de kleur hout van de toetsen is verschillend. Dat de ene xylofoon de andere niet is, hoef je Bouten niet uit te leggen.

De slagwerker werkte tien jaar als stemmer en restaurateur bij Adams Musical Instruments. Vanwege zijn fascinatie voor xylofoons, marimba’s en klokkenspellen besloot hij zich volledig toe te leggen op het stemmen en onderhouden van deze instrumenten.

Start / pauzeer slideshow

Veel instrumenten, zeker slagwerk­instrumenten, zijn aan slijtage onderhevig. Om op het hoogste niveau te kunnen blijven musiceren moet het Koninklijk Concertgebouworkest regelmatig zijn instrumentarium vernieuwen. De slagwerksectie, waartoe Mark Braafhart sinds 2008 behoort, heeft lang gezocht naar de juiste ­xylofoons om het gewenste geluid niet alleen in de Grote Zaal maar juist ook op tournee te realiseren. Die instrumenten hebben ze nu in huis.

Met de twee xylofoons als stille getuigen doen Braafhart en Bouten hun verhaal.

Wat maakt deze instrumenten uniek?

Bouten: ‘De ‘Honduras Rosewood’ (xylofoon met toetsen van palissander uit Honduras) had nog nooit een stembeurt gehad toen we hem vonden. Dat is erg gunstig, want deze instrumenten klinken het beste wanneer er zo min mogelijk aan gesleuteld is. Deze Deagan Radio 886 is in 1938 gemaakt door de Amerikaanse firma Deagan, die in die periode enorm veel xylofoons produceerde vanwege de opkomst van de vaudeville. In dat luchtige repertoire was het instrument enorm populair.

‘Het is allemaal handwerk en heel tijdrovend, zoals het boren van minuscule gaatjes voor de juiste stemming.’

De andere, de Klyposerus Deagan Professional 882, is uit de jaren twintig van de vorige eeuw, van vóór 1927, want toen hebben ze de stemming aangepast. Hij is gemaakt van cocobolohout, dat zo hard is dat de zagen en boren van de firma Deagan het begaven. Ze zagen af van verdere productie en dat maakt dit instrument heel zeldzaam.’

Wat maakt Paul Bouten uniek?

Braafhart: ‘Dat hij niet alleen heel veel kennis over xylofoons bezit, maar deze instrumenten ook met liefde behandelt. Het reviseren van oude xylofoons is een uitstervend ambacht. Het is allemaal handwerk en heel tijdrovend, zoals het boren van minuscule gaatjes voor de juiste stemming.

Ik kreeg van een leerling de tip dat er een xylofoon op Marktplaats te koop stond

Je moet precies weten wat je doet, want wanneer er iets te veel is afgeschaafd van een toets bestel je niet zomaar een nieuwe. Paul gaat regelmatig naar de Verenigde Staten om met mensen te praten uit zijn vakgebied of om onderdelen te halen. Hij brengt de instrumenten het liefst terug in de meest oorspronkelijke staat. Voor hem geen bling bling of andere opsmuk, waar Amerikanen over het algemeen wel van houden. Bij Paul draait alles om de mooiste klank.’

Hoe vaak hebben de xylofoons onderhoud nodig?

Bouten: ‘Dat ligt aan het gebruik. Bij xylofoons worden vaak veel te harde stokken gebruikt: soms door de slagwerker zelf, maar ook weleens omdat dirigenten erom vragen. Wanneer er putjes of splinters ontstaan, kun je zo’n instrument echt kapotslaan. Moderne instrumenten zijn overigens veel kwetsbaarder, omdat het hout zacht is. Oude en uitgerijpte xylofoons kunnen tegen een stootje. Vandaar dat oude Deagans wereldwijd zo geliefd zijn.’

Hoe komt het orkest aan deze historische instrumenten?

Braafhart: ‘De aanschaf van de ‘Honduras Rosewood’ is best een bizar verhaal. Ik kreeg van een leerling de tip dat er een xylofoon op Marktplaats te koop stond. Hoewel xylofoon met een ‘s’ was geschreven, ging ik toch maar even kijken. Toen ik aankwam, wist ik niet wat ik zag. Het instrument had jarenlang in een garage gestaan, maar was nauwelijks beschadigd.

Het frame leek origineel en ook de toetsen zagen er gaaf uit. Ik belde Paul op en hij vertelde me waar ik op moest letten. Uiteindelijk bleek het een schot in de roos. Het instrument is nu in het bezit van het Concertgebouworkest, ik deel het met mijn slagwerkcollega’s. We behandelen de instrumenten met zorg, zodat een volgende generatie er ook op kan spelen.’