Interview

‘Ik werd verliefd op onmetelijke muzikale mogelijkheden’

Uit het Preludium maandblad februari 2019

Het Koninklijk Concertgebouworkest is op dit moment in de VS, voor een tournee die voert langs steden als New York, Washington en Chicago. Dit laatste tot grote vreugde van violist Benjamin Peled die er zijn jeugd doorbracht. Welkom in ‘The Second City’.

By the way, begint Benjamin Peled, om vrijwel accentloos verder te gaan met: ‘Ik spreek wel Nederlands maar ik denk dat mijn niveau nog niet hoog genoeg is om mezelf goed uit te drukken.’ Van de Amerikaanse violist was een ander ac­cent verwacht dan dit perfect gearticuleerde Nederlands. Hoe zit dat, alle Amerikanen hebben toch diezelfde wat knauwerige tongval?

‘Het komt vast doordat ik ook Hebreeuws spreek – mijn ouders komen uit Israël – dus de harde g zit er wel in, en ik spreek ook een wat zachter Engels dan de meeste van mijn landgenoten. Ik heb kennelijk een ander klankperspectief.’

Hoge kosten

De Amerikatournee brengt de musici van het Koninklijk Concertgebouworkest onder meer naar Chicago, de plaats waar Benjamin opgroeide en studeerde. Er breekt een brede glimlach door op zijn gezicht als we dit onderwerp aansnijden. Ja, hij vindt het zeker leuk om zijn orkest te laten kennismaken met zijn stad. Het is voor het eerst sinds hij er twaalf jaar geleden succesvol auditeerde dat het Koninklijk Concertgebouworkest Chicago aandoet – de laatste keer was in het seizoen voordat hij in Amsterdam aantrad. Hij heeft er lang naar uitgekeken.

Start / pauzeer slideshow

Maar wie gaat hij wat laten zien, het orkest de stad of de stad het orkest? ‘Allebei! Ik weet dat het orkest destijds heel goed is ontvangen, zeker door het publiek. Een paar vrienden van het Chicago Symphony Orchestra konden er niet over uit toen ik hier werd aangenomen. Fantastisch orkest, wisten ze: de Amsterdammers hadden een geweldige indruk achtergelaten. Dat het zo lang duurt voor we terugkeren heeft met agenda’s en logistiek te maken.’

Muziekstad

Benjamin wil ook graag zijn collega’s de stad laten zien. Mensen kennen Chicago, althans dat denken ze, maar ze kennen de stad niet echt, weet de violist. ‘Ze zijn in New York geweest, of misschien aan de westkust in Californië. Chicago kennen ze van naam, meer niet. Wat ze niet weten is dat Chicago een fantastische stad is. Ze draagt een paar bijnamen: Windy City – en dat slaat op de opgeblazen ego’s van zijn bewoners en niet op het weer; City of Broad Shoulders, omdat er hard wordt gewerkt, en Second City, de stad die komt na New York. En zo is het ook. New York is beslist de grootste stad, de meeste energieke en het culturele brandpunt van de Verenigde Staten. Maar Chicago is ook een grote stad en er wonen mensen van over de hele wereld. Tegelijkertijd is de stad heel relaxed. Er is meer ruimte dan in New York; de mensen zijn er ontspannen en vriendelijker.’

Word abonnee voor slechts € 10

Historisch gezien is de stad groot geworden door de vleesindustrie. Het bracht de stad welvaart en tegelijkertijd ook een bloeiend cultureel leven. ‘De stad is muzikaal en staat al jaren bekend om zijn jazz en zijn blues, en koestert die muziek ook echt. En het Chicago Symphony Orchestra bestaat al sinds 1891, en is dus maar een paar jaar jonger dan het Concertgebouworkest.’

Offers brengen

Benjamin is geboren in New York. Zijn ouders – wetenschappers in de microbiologie (moeder) en wiskunde (vader) – kwamen uit Israël, woonden een tijdje in Canada, voor ze een paar jaar in New York neerstrekken om later, met hun twee zoontjes, naar Chicago te verhuizen. Was hij niet ook voor de wetenschap bestemd? ‘Ja misschien wel, maar ik sloeg een andere weg in. Mijn ouders houden zelf enorm van muziek, er klonk altijd muziek thuis en iedereen speelde piano. Muziek was dus de gewoonste zaak van de wereld voor mij.’

‘Chicago draagt een paar bijnamen: onder andere Windy City – en dat slaat op de opgeblazen ego’s van zijn bewoners en niet op het weer’

Toen hij vanaf zijn zevende vioollessen kreeg, bleek al gauw dat hij er heel wat voor over moest hebben: hard werken en offers brengen. ‘Elke dag na school gingen mijn vrienden sporten of kwamen ze bij elkaar om gewoon wat te hangen, terwijl ik weer naar het huis van mijn leraar kon om een paar uur te oefenen. Hierdoor voelde ik me wel eens eenzaam. Maar mijn leraar zei: de beloning komt later. En zo was het. Het was afmattend, frustrerend en vervelend soms, maar diep van binnen wist ik dat ik niet meer zonder zou kunnen.’

Actieve energie

Na de middelbare school, de Music School van Ann Arbor, de beroemde universiteit van Michigan, en het Conservatorium van Cleveland, koos de jonge violist, master op zak, uit volle overtuiging voor het symfonieorkest. Al sinds zijn tienerjaren was hij gefascineerd en geïnspireerd door het krachtige muzikale vermogen van een orkest. ‘Ik ben een teamspeler en het grootse trok me altijd. Wat zoveel mensen samen kunnen bewerkstelligen, de klanken die ze kunnen maken en het repertoire – alles is zo rijk. Ik werd verliefd op het onmetelijke van de muzikale mogelijkheden.’

Wonderlijk genoeg was hij tijdens zijn masteropleiding juist volledig gericht op kamermuziek, zoals hij ook nu nog zeer actief is als kamermusicus: met drie Amsterdamse collega’s vormt hij het alom gewaardeerde Alma Quartet. En die kamermuziekhouding bracht hij mee naar het orkest. ‘Ik ben ervan overtuigd dat orkestspel beter wordt als de orkestmusici de symfonische muziek benaderen vanuit een kamermuzikale mentaliteit. Niet per se dat jouw stem eruit moet springen, maar je moet verantwoordelijkheid durven nemen en actief zijn. Als student in Amerika nam ik dat waar in de orkesten die uit Europa langskwamen. Wat actieve energie betreft verschillen ze van de Amerikaanse orkesten. Ik voelde dat de uitvoeringen van de Europese orkesten levendiger waren en meer geïnspireerd. Dus keek ik naar banen aan de andere kant van de vijver.’

Zo kwam Benjamin Peled naar Neder­land. Hij was in mei 2006 net afgestudeerd, auditeerde voor het Koninklijk Concertgebouworkest begin juni en… kreeg de baan, een beetje tot zijn eigen verrassing. Vanaf september van datzelfde jaar woonde hij – 25 jaar oud – in Amsterdam. ‘Twaalf jaar, inmiddels. Het voelt nog steeds als een groot voorrecht.’

De viool van Benjamin Peled

‘Voordat ik mijn huidige instrument kreeg, speelde ik op een viool die mijn ouders voor me hadden aangeschaft, gemaakt door een geweldige Chinese bouwer in Ann Arbor. Vanaf het eerste moment dat ik hem oppakte wist ik dat het ’m was. Met die viool heb ik ook de auditie voor het orkest gewonnen.

Na ongeveer vier, vijf jaar in het orkest, keek ik uit naar een ander instrument. De RCO Foundation, een fantastisch onderdeel van de orkestorganisatie, heeft me daarbij geholpen. De stichting heeft een mooie collectie instrumenten in haar bezit om uit te lenen aan musici gedurende hun loopbaan bij het orkest. Een collega speelde op hun J.B. Vuillaume – zeg maar de Franse Stradivarius maar dan iets later –, maar verliet onverwachts het orkest. De viool kwam beschikbaar voor mij, en ik moet zeggen: het is een fantastisch instrument. Wat ik er mooi aan vind is zijn diepe klank. De meeste violen zijn echte sopranen, en deze klinkt meer als een altstem met een volle resonantie, ook in het hoge register.’ Past dat soms bij zijn eigen karakter? ‘O, dat weet ik niet, misschien… Ik hou in ieder geval wel van een warme, weelderige klank: donkerder en lager. En met eerder een brede dan een heldere toon.’