Interview

‘Ik wilde niet strijden maar musiceren’

Uit het Preludium maandblad december 2018

Eigenlijk wilde ze ballerina worden, maar musiceren bleek haar tweede natuur. ‘Ik speelde zoals ik ademde.’ Maak kennis met Valentina Svyatlovskaya, sinds 2007 eerste violiste in het Koninklijk Concertgebouworkest.

Valentina Svyatlovskaya komt uit een muzikaal gezin. In haar geboortestad Sint-Petersburg doorliep ze de gebruikelijke stappen van een getalenteerd kind, van de muziekschool op haar vijfde tot de speciale muziekschool en het conservatorium.

Geef Preludium cadeau: 5 nummers voor €20

Maar vanaf haar achttiende veranderde haar Russische muzikale stramien. Ze vertrok naar de Menuhin Music Academy in Zwitserland, won onder andere het Renata Molinari Vioolconcours en werd halve finaliste van zowel de Koningin Elizabethwedstrijd in Brussel als de Violin Competition of Indianapolis. Sinds 2007 speelt Valentina in het Koninklijk Concertgebouworkest, samen met haar man, concertmeester Liviu Prunaru.

Ballerina

Toch was de viool niet Valentina’s eerste keuze. Veel liever wilde ze ballerina zijn. ‘Als klein meisje was ik dol op balletschoentjes en tutu’s, en riep ik altijd dat ik later ballerina zou worden.

Maar met ouders die professioneel viool en hobo spelen, kom je vanzelfsprekend in aanraking met muziek. Ze namen me mee naar hun concerten, en er klonk altijd muziek bij ons thuis. Toen bleek dat ik een absoluut gehoor had, besloten mijn ouders dat ik op muziekles moest. Ik mocht wel een kijkje bij een balletschool nemen, maar daar werd ik na de eerste les al afgekeurd.’

Start / pauzeer slideshow

Ze heeft er nooit spijt van gehad dat ze daarna rechtstreeks naar de muziekschool werd gebracht. ‘In het begin was ik wel heel verlegen. Toen we de Vassili-Ostrovski Muziekschool in Sint-Petersburg binnenkwamen, probeerde ik me voor iedereen te verstoppen; ik kroop letterlijk onder de tafels en stoelen. Het was heel moedig van Tatjana Liberova dat ze me een kans wilde geven. Ze was de beste muziekdocente voor kinderen die je je kunt voorstellen.’

Vrij van complexen

Eenmaal begonnen, studeerde Valentina met veel plezier, niet omdat het moest maar omdat het leuk was. Ze kroop ook nooit meer weg. ‘Ik genoot ervan om voor publiek te spelen. Ik weet nog dat ik op mijn achtste met het orkest van mijn ouders naar Zweden ging. Tijdens de concerten rende ik vol energie rond achter het podium; op het moment van de toegift werd ik een beetje gefatsoeneerd en gekamd, en met Syncopation van Fritz Kreisler en een deel uit een vioolconcert van Charles-Auguste de Bériot naar het podium gestuurd. Ik speelde zoals ik ademde, helemaal vrij van complexen. En wat had ik een mooie jurkjes! Voor elk concert maakte mijn oma wel een nieuwe.’

Het podium werd de plaats waar ze zich helemaal thuis voelde. ‘Mijn leven was verbonden met muziek, alles ging vrij natuurlijk en voelde vertrouwd. Op advies van Tatjana Liberova ging ik aan de speciale middelbare school van het Conservatorium van Sint-Petersburg studeren, waarna ik de conservatorium­opleiding volgde. Ik heb warme herinneringen aan mijn lessen bij Lev Ivatsjenko, Michail Gantwarg en ­Alexander Stang.’

Zwitsers sprookje

Wat er daarna gebeurde, leek wel een sprookje. ‘Zelfs nu, vele jaren later, kan ik het niet anders dan een wonder noemen. Als achttienjarige ging ik naar de zomermasterclasses van de Kammer­musik-Akademie in het Zwitserse Blonay; toen wist ik nog niet dat ik er later zou studeren.

Na afloop van de masterclasses heeft ­Alberto Lysy, de enige leerling van violist en dirigent Yehudi Menuhin, me uitgenodigd om te blijven. Hij was een geweldige persoonlijkheid. Hij kon je om acht uur in de ochtend bellen om te zeggen dat je dit of dat vioolconcert straks moest komen voorspelen. Dat was nog eens voorbereiding op de concertpraktijk! We houden nog steeds contact en hebben tien jaar geleden het ensemble Tarice Virtuosi opgericht. Het bestaat uit alumni en professoren die inmiddels vrienden zijn geworden.’

In Zwitserland leerde Valentina ook Liviu Prunaru kennen. Dat was liefde ‘op het eerste gehoor.’ ‘Liviu was assistent van Lysy, en ik hoorde hem tijdens het afsluitende concert van mijn eerste masterclasses spelen. Ik was zo onder de indruk van zijn spel dat ik alleen maar bij hem les wilde nemen.’

Musiceren op concoursen

Nog tijdens haar studie heeft Valentina aan concoursen meegedaan, en verschillende prijzen gewonnen. ‘Ik deed nooit mee om alleen maar te winnen. Voor mij betekende een concours de kans om met orkest te spelen, en daarvoor moet je door de eerste rondes heen. Ik zag hier ook de kans om mijn repertoire uit te breiden en als violiste verder te groeien.

Ik deed mee vanuit mijn liefde voor muziek en om haar schoonheid via mijn spel te laten zien. Daarom waren mijn programma’s misschien niet zo wedstrijdgericht, ik speelde wat ik zelf mooi vond. Ik wilde niet strijden maar musiceren.’

‘Mijn hart ligt bij ­romantische muziek en componisten die resoneren in de ziel. Tsjaikovski is altijd superbelangrijk voor mij geweest. Zijn muziek komt rechtstreeks je hart binnen. Ik ben zó blij dat we De Notenkraker spelen tijdens de Kerstmatinee! Ik houd van het spel van hart tot hart, zonder speciale effecten. Onlangs heb ik alle zes Sonates voor viool solo van de Belgische componist Eugène Ysaÿe op cd opgenomen, met steun van de Belgische Vriendenvereniging van het Koninklijk Concertgebouworkest, dat was heel stimulerend. Tijdens de Koningin Eliza­bethwedstrijd speelde ik zijn Vierde sonate, en ik raakte meteen aan zijn muziek verknocht.’

Kippenvel

Inmiddels speelt ze ruim elf jaar bij het Concertgebouworkest. Ze herinnert zich haar allereerste concert als de dag van gisteren. ‘We speelden het Divertimento van Bartók. Ik ben altijd al iemand geweest die alles goed moet voorbereiden, maar deze keer kende ik niet alleen mijn partij, maar ook de partijen en solo’s van de anderen uit het hoofd. Toen ik op het podium zat, voelde het zo goed en zo vertrouwd, alsof ik al lang op deze plek speelde.’

‘Voor mij is het iedere keer een feest om in het orkest te spelen. De geschiedenis van het orkest, de Grote Zaal, de dirigenten en solisten met wie wij samenwerken, dat alles is zo speciaal dat ik bij elk concert weer blij ben om deel te mogen uitmaken van dit geweldige collectief. Ik heb enorme bewondering voor mijn collega’s. Tijdens een uitvoering kan ik zomaar kippenvel van hun spel krijgen, en dat zegt veel over het niveau van onze orkestmusici. Ik denk vaak hardop wat een geluk we hebben om hier te mogen zijn en samen op zo’n hoog niveau te mogen musiceren. Ik heb nooit iets in mijn leven bewust gepland, Zwitserland niet, Nederland niet en het Concertgebouworkest niet, maar als ik het wel zou hebben gedaan, zou ik niets anders wensen.’

De viool van Valentina Svyatlovskaya

‘Ik bespeel de viool van Andrea Guarneri uit 1676 die vroeger aan Liviu toebehoorde en ooit in het bezit van de Tsjechische violist Jan Kubelík is geweest. Liviu heeft dit instrument in 1993 na de Koningin Elizabethwedstrijd gekregen, toen hij de tweede prijs won. Hij bespeelde het jaren met plezier en heeft een stukje bezieling erin achterlaten. Dat kan ook niet anders, we leggen altijd een stukje van onze ziel in een instrument.

Toen ik deze viool in mijn handen nam, was ik op slag verliefd. Het is een vrij kleine viool, bijna een miniatuur, en dat vind ik heel leuk. De klank is teder en zacht als honing. Ik bespeel deze Guarneri nu al ruim tien jaar en kan er alles op spelen. Voor mij is het een ideaal instrument, en ik zou deze klanktederheid voor geen moment willen missen. Liviu speelt nu op een Stradivarius, dus we hebben een mooi stel in huis!’