Interview

'Ik ben niet bang om in Gergievs schoenen te stappen'

online only

Deze week staat dirigent Lahav Shani met 'zijn' Rotterdams Phiharmonisch Orkest in Het Concertgebouw. Onlangs stond hij op dezelfde plek voor het Concertgebouworkest. Een carrière in sneltreinvaart en een flirt met 020: hij draait er zijn hand niet voor om.

Het is nog maar twee jaar geleden dat de 29-jarige Lahav Shani een droomdebuut maakte bij het Rotterdamse orkest, dat hem na één concert en een unaniem enthousiaste enquête onder orkestleden meteen vroeg Yannick Nézet-Séguin per seizoen 2018/19 op te volgen. Shani wilde eigenlijk al meteen na de eerste repetitie toezeggen, zo overtuigend was de klik.

En het is nog maar vijf jaar geleden dat Shani, voormalig contrabassist van het Israël Filharmonisch Orkest, het dirigentenconcours in Bamberg won. Hierna volgden uitnodigingen van het Boston Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Staatskapelle Berlin elkaar in rap tempo op.

Start / pauzeer slideshow

Zelfs de Wiener Philharmoniker kostte het enige moeite een moment in Shani’s agenda te vinden voor een herhaalbezoek na zijn invalbeurt aldaar met Mahlers Eerste symfonie. En in 2020 volgt hij Zubin Mehta op als chef van het Israël Filharmonisch Orkest.

'Ik hoef niet overal te dirigeren, ik beperk me graag tot een handvol vertrouwde orkesten'

Ogenschijnlijk blijft Shani er kalm onder. Hij neemt graag ruim de tijd, of het nu gaat om het repeteren van nieuw repertoire of om het roken van een sigaar, dat laatste het liefst samen met zijn mentor Daniel Barenboim in hun woonplaats Berlijn. En wellicht is het die combinatie van een rustige uitstraling en een natuurlijk gezag die orkesten snel doet vergeten hoe jong die dirigent op de bok nog is.

Subtiel signaal

Bovendien wil hij niet dat alles té snel gaat. ‘Ik hoef niet overal te dirigeren, ik beperk me graag tot een handvol vertrouwde orkesten waar ik de relatie mee wil verdiepen, Rotterdam voorop.’ Dat Shani graag musicus onder de musici is, daarvan getuigt zijn voorliefde voor pianoconcerten waarin hij solist én leider tegelijk is.

Een pianoconcert van Wolfgang Amadeus Mozart was onderdeel van zijn Rotterdamse debuut. Zijn Amsterdamse debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest op 15 juni jl. bevatte het Klavierconcert in d klein van Johann Sebastian Bach. ‘Dat concert heeft natuurlijk een kleine orkestbezetting, dat gaf me de kans om de orkestleden in een kamermuzikale context beter te leren kennen.’

‘En het klinkt gek, maar ik wil mijn rol als dirigent zoveel mogelijk relativeren. Door zelf te soleren geef ik het subtiele signaal aan de musici dat ze niet volledig afhankelijk van mij zijn. Het is uiteindelijk een precaire balans: het is fijn als een orkest zich volledig veilig voelt bij de vertrouwde slag van de eigen chef-dirigent, maar bij minder duidelijke dirigenten moeten ze het eigen initiatief kunnen bewaken door goed naar elkaar te luisteren.’

Intimiderend

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest waagt zich ook nog regelmatig aan Russisch repertoire. Klinkt de erfenis van voormalig chef-dirigent Valery Gergiev nog altijd door bij het orkest?

‘Uiteraard! Dat zit hem met name in de toewijding en vertrouwdheid waarmee dit orkest het Russische repertoire uitvoert. Bang om in Gergievs of Yannicks schoenen te stappen ben ik overigens niet. Natuurlijk is het intimiderend om bijvoorbeeld muziek van Ludwig van Beethoven te dirigeren, wetend dat elke grote dirigent in de geschiedenis je is voorgegaan. Maar je moet nu eenmaal altijd uitstekend voorbereid zijn en goed kunnen beargumenteren waarom je bepaalde muzikale keuzes maakt, die altijd zijn gegrond in de partituur.’

Pikant

Een beetje pikant is het wel: Shani die in korte tijd zowel Rotterdam als Amsterdam dirigeert. Feijenoord-Ajax, 010-020, de rivaliteit tussen de twee grootste steden is welbekend. Durft Shani een vergelijking aan?

‘Vriendschappelijke rivaliteit is gezond, het houd je scherp en ambitieus. Je hoort soms dat het Concertgebouworkest warm en transparant is, het Rotterdams juist intens speelt en met een rauw randje. ‘Maar dat zijn vage generalisaties. Het Rotterdams kan óók heel zacht en gevoelig spelen als je de musici erom vraagt. Mijn ervaring is dat ik geen twee orkesten precies op dezelfde manier kan dirigeren, er is altijd meteen sprake van een interactie. Je voert ook nooit exact hetzelfde gesprek met twee verschillende personen.’

Dit is een fragment uit een interview uit maart 2018: Lahav Shani: Amsterdam versus Rotterdam