Interview

Baiba Skride over Benjamin Britten

Uit het Preludium maandblad december 2015

Sinds Baiba Skride in 2001 de Koningin Elisabethwedstrijd won, speelt de violiste op alle grote muziekpodia. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest debuteert ze deze maand met het Vioolconcert van Benjamin Britten. ‘Dit is voor een violist niet het meest comfortabele werk.’

Het weinig gespeelde Vioolconcert van Britten heeft volgens de Letse Baiba Skride duistere kanten. ‘Het is niet het meest toegankelijke vioolconcert, maar door de mysterieuze sfeer zit je aan je stoel gekluisterd. Brittens fascinatie voor de Spaanse burgeroorlog is in dit werk duidelijk terug te horen. Hij gebruikt Spaanse invloeden tijdens het ironische snelle deel van het concert.

Het langzame deel, aan het eind van het werk, weerspiegelt de tragische kant van de oorlog. Die passage bezorgt mij altijd kippenvel.’ Ze speelde Brittens concert inmiddels meerdere malen. De eerste keer was onder leiding van landgenoot Andris Nelsons, die ook deze keer voor het orkest zal staan.

‘We werken al ruim vijftien jaar samen, Andris is een van mijn favoriete dirigenten omdat hij mij door en door kent. Gelukkig weet hij welke moeilijkheden dit concert kan veroorzaken. Het is een symfonisch werk dat rijk georkestreerd is met een enorme blazersbezetting.

Dit concert vereist een goede balans tussen solist en orkest en vooral een dirigent die dat begrijpt.’ Dat het concert technisch vrij complex is en totaal niet violistisch is geschreven, neemt Skride voor lief, zegt ze lachend. ‘De grootste uitdaging van dit werk is om solist en orkest samen te krijgen.’

Magische samenwerking

Ze vindt het een gemis dat ze nog nooit met dirigent Mariss Jansons heeft mogen samenwerken. ‘Ondanks dat we beiden uit Letland komen, is dat er nog nooit van gekomen. Die samenwerking staat nog hoog op mijn verlanglijstje want ik vind hem geweldig. Vooral de combinatie Jansons en het Koninklijk Concertgebouworkest heeft iets magisch.’

Een beroemde Letse collega met wie Skride inmiddels wel meerdere malen samenwerkte is de violist Gidon Kremer. Hij leent haar sinds 2010 zijn Ex Baron Feilitzsch, een Stradivarius uit 1734. Skride wordt in de pers vaak vergeleken met Kremer vanwege haar eigenzinnige interpretaties. ‘Dat schrijven ze wel vaker, maar alles wat ik doe is zo dicht mogelijk bij mezelf blijven. Ik luister zo min mogelijk naar opnames, want dat beïnvloedt me alleen maar. Ik vind het belangrijk om te bedenken wat ík wil en wat voor mij belangrijk is als musicus.’

Skride is ervan overtuigd dat ze nieuw repertoire het beste in zich opneemt door het zo vaak mogelijk met orkest te spelen. ‘Ik kan nog zoveel studeren of lezen over een componist, uiteindelijk komt het er op neer dat je gewoon moet luisteren naar de andere musici. Dan pas kom ik tot de kern van een nieuw werk. Ik ben geen type dat voor een orkest gaat staan en denkt: zo doe ik het, dus pas je maar aan. Het is altijd een wisselwerking en ik laat me graag door een orkest inspireren. Vaak werkt het andersom ook zo, dat is juist zo geweldig aan mijn vak.’

Start / pauzeer slideshow

Met hoge hakken van de trap

Na het winnen van de Koningin Elisabethwedstrijd werd Skride een internationaal veelgevraagd soliste. Ze is nog steeds opgelucht dat ze na haar overwinning geen competities meer hoeft te doen. ‘In die wereld heb ik me nooit echt thuis gevoeld. Ik ben blij dat ik tegenwoordig kan musiceren zonder iets te moeten winnen. Toch heb ik veel van concoursen opgestoken, zoals bijvoorbeeld met stress omgaan. Ook leer je enorm veel repertoire kennen, maar uiteindelijk speel ik toch liever wat ik zelf mag uitkiezen. Bovendien zijn competities bedoeld voor jonge mensen,’ zegt Skride, zelf vierendertig jaar oud.

Afgelopen zomer was Skride ook al te gast in Het Concertgebouw, toen ze samen met haar zus, pianiste Lauma Skride, in de Kleine Zaal een recital gaf tijdens de Robeco SummerNights. Ook haar oudste zus, altvioliste Linda Skride, schuift regelmatig aan bij recitals. ‘We spelen van jongs af aan samen piano­trio’s. We moesten wel, want zonder die verdiensten kwamen we niet rond. Mijn ouders zijn beiden musici en daarom was het vroeger heel normaal dat er iedere dag muziek in huis klonk. Tegenwoordig is het met onze drukke agenda’s bijna onmogelijk om trio te spelen en genieten we des te meer wanneer dat wel lukt.’

Ze kijkt er naar uit om weer in Amsterdam op te treden. Samen met de Weense Musikverein is de Grote Zaal van Het Concertgebouw haar favoriete concertzaal. ‘Ik voel de geschiedenis wanneer ik binnenloop en zie, bij wijze van spreken, de muzikale geesten voorbij vliegen. De zaal heeft alleen één minpuntje, zeker voor dames met hoge hakken; die beruchte lange trap! Als ik daar heelhuids naar beneden kom is het spannendste gedeelte van de avond voorbij.’

Geluidsfragment