Interview

‘Ik omarm de cultuur hier’

online only

Ze reisde als soliste de wereld rond, maar heeft nu een vaste stek in het Koninklijk Concertgebouworkest: even omschakelen. Op 21 november is solocellist Tatjana Vassiljeva te horen in de serie Close-up in de Kleine Zaal.

Na een jaar proefdraaien heeft Tatjana ­Vassiljeva sinds april 2016 een vast contract als solocellist van het Koninklijk Concert­gebouworkest, een gedeelde plaats met Gregor Horsch. ‘Van kindsbeen af droomde ik ervan een goede cellist te worden’, laat Vassiljeva opgeruimd weten. ‘Ik had in de ­voormalige Sovjet-Unie prachtige voorbeelden: ­Natalia Gutman en natuurlijk de legendarische Mstislav Rostropovich. De positie die ik nu bekleed in het Concertgebouworkest past perfect in die droom. Deze baan opent nieuwe perspectieven, voor mij als musicus, maar ook als mens. Je kunt je niet voorstellen hoe blij ik ben.’

Bekijk het concertprogramma van zondag 21 oktober 2018

Vloeren boenen, dozen uitpakken: Vassiljeva is (ten tijde van dit interview, red.) net over. Bij een nieuwe baan hoort in dit geval een nieuw huis. Na jaren Berlijn woont ze nu in de Beethovenstraat in Amsterdam, met haar twee kinderen. Manlief is nog in Duitsland, allebei de juiste werkomgeving vinden is geen sinecure: ‘Wordt vervolgd…’

Achtergrond

Tatjana Vassiljeva werd geboren in Novo­sibirsk, in een land afgesloten van het Westen. Toen ze zes jaar was zette ze haar eerste schreden op het cellistenpad. ‘Mijn moeder vertrok met mij naar Moskou om mijn studie mogelijk te maken: een hele opoffering. Ze was pianolerares en wist wat ervoor nodig was als je voor de muziek koos. Geen gemakkelijke tijd, ons gezin was arm. Als ik nu terugkom in Rusland heb ik best moeite met die herinneringen.'

Start / pauzeer slideshow

'Ik voel me – misschien wel door die moeilijke achtergrond – niet Russisch; het enige is dat ik geen enkele taal beter spreek dan het Russisch, mijn moeder­taal. Het Westen voelt als mijn thuis, al meteen toen ik daar vlak voor mijn twintigste naartoe verhuisde. Ik omarm de cultuur hier, vol overtuiging.’

‘In het Concertgebouworkest praten de instrumenten met elkaar’

‘Na mijn studies in Moskou, München en Berlijn heb ik als solist gereisd met muziek uit alle stijlperioden, en heb ik cd’s opgenomen. Telkens als ik thuiskwam, wist ik dat ik bijna direct weer mijn koffer moest pakken voor een volgend concert, ergens ter wereld. Het voelde op een gegeven moment routineus en uiteindelijk brak het me op, ik werd er niet vrolijker van. Een vaste orkestbaan geeft rust en stabiliteit. Ik ben ambitieus, als ik iets wil, maak ik er meteen werk van. Ik heb het karakter van een solist, maar het aantrekkelijke van het Concertgebouworkest is dat het om een ambitieus gezelschap gaat.’

Leerzaam

‘Ik leer veel. Niet eerder speelde ik in een orkest, op een enkel kamermuziekensemble na. Ik bedoel: hoe stuur je een groep goed aan, waar moet je op letten, wat verwacht men van je? Mijn collega-cellisten zijn buitengewoon behulpzaam. Ik leer iedere dag. Zo hebben ze me meteen al in het begin gevraagd of ik duidelijker wil zijn in mijn lichaamstaal, zodat je als groep op een en dezelfde adem kunt spelen. Je moet je als onderdeel van een geheel heel anders bewegen dan als solist. Ik hoop dat ik mijn steentje kan bijdragen en dat de cellogroep ook van mijn muzikale ervaringen leert.’

‘Toen ik begon bij het orkest, nu bijna twee jaar geleden, voelde ik voor het eerst sinds lang weer iets wat in de richting gaat van plankenkoorts, een adrenalinestoot. Ik zat op het puntje van mijn stoel, positieve spanning, een nieuwe uitdaging. Dat voelde goed. De klank van het orkest past bij me, het milde en ronde ervan. Als ik met de Berliner Philharmoniker zou meespelen, zou ik me gestresst voelen, zij gaan directer te werk, en dat hoor je. In het Concertgebouworkest praten de instrumenten met elkaar.’

De cello van Tatjana Vassiljeva

‘De cello waarop ik speel is gekocht in Siberië door mijn grootvader toen ik elf jaar was, als investering voor de toekomst. Toen de tijd rijp was en ik groot genoeg was voor deze cello, zeiden docenten en vioolbouwers dat ik een slecht instrument 0had, en belandde het ding op zolder bij mijn moeder. Ik heb lang op geleende instrumenten gespeeld, totdat mijn moeder opruiming hield en ik voor het instrument moest zorgdragen. Een Franse vioolbouwer opende me de ogen: “Tatjana, dit is een fantastische cello, laat me hem restaureren!”'

'En zo geschiedde. De klus duurde twee jaar, maar mijn cello is nu in perfecte conditie en ziet er schitterend uit, vind ik zelf. Ik ben er gek op; hij klinkt diep, warm en flexibel, een feest om op te spelen. Over wie de bouwer is, worden heftige discussies gevoerd, en wat de precieze waarde is, weten we ook nog niet – wel is duidelijk dat ’ie uit 1690 is. Heel spannend allemaal. De stok die ik voornamelijk gebruik, is gebouwd door de Fransman François Lupot (1774-1838). Als oefencello, om de buren niet te storen, heb ik een elektrische Yamaha zonder klankkast. Ik plug een koptelefoon in, en kan de hele nacht door als ik wil.’

Dit is een gedeelte uit een interview met Tatjana Vassiljeva dat verscheen in maart 2017.