Column

Loutering

Uit het Preludium maandblad oktober 2018

Soms hoor je bijzondere concerten op locaties die niet voor de hand liggen. Op Lowlands bijvoorbeeld, of in de metro, en dan precies op het moment dat je het nodig hebt.

Een paar jaar geleden debuteerde het Koninklijk Concertgebouworkest op Lowlands. Le sacre du printemps van Stravinsky klonk midden in de polders van Flevoland. In de tent stonden vele duizenden mensen, buiten zaten ze op de heuvels te kijken. Tegen het eind begonnen de toeschouwers massaal in de maat (of iets wat daar op leek) mee te stampen – en niet op de manier van destijds, in 1913, bij de schandaalpremière. Dit publiek was betoverd.

Een paar van de meest bijzondere klassieke concerten zag ik op locaties die niet voor de hand liggen. De mij toen nog onbekende componist Julius Eastman leerde ik kennen in het stadhuis van Den Haag. In de hal stond een hele troep vleugels, het publiek zat eromheen, ertussen, en het geluid verdween omhoog die glazen toren in.

In de Londense metro’s, maar ook op straat, voor pakweg een Primark, is het niet ongewoon om een virtuoos violist of klarinettist te treffen (soms een trompettist, het zijn meestal wel de meer handzame instrumenten) die zomaar een stukje Bach of Albinoni in je leven brengt – misschien wel precies op het moment dat je het nodig hebt.

In die laatste categorie zag ik, wederom op Lowlands, het Steve Reich Ensemble dat diens Music for 18 Musicians uitvoerde. Ik zat in de modder tegen een tentpaal, naast een vriendin die haar allereerste klassieke concert bezocht en binnen drie maten volkomen instortte. Het hele stuk lang gutsten de tranen over haar gezicht. Mijn geliefde haalde grote bekers bier voor haar. Nadat het orkest verdwenen was, zaten we er nog een hele tijd. De vriendin nam zich voor haar leven te veranderen.

Dit jaar gingen we weer, en zagen ‘de rocksterren van de vocale renaissancemuziek’, u weet wel, The Tallis Scholars. Ze zongen Isaac en Purcell, maar ook Tavener. Dit keer had ik de natte ogen. Niet alleen het leven van mijn vriendin was veranderd. Mijn geliefde haalde geen bier, want hij leeft niet meer.

De rest van het weekend hoorde ik hiphop, hard­rock en punk, en dat was al net zo louterend. Ik kan het iedereen aanraden. Misschien wel op een plek waar het niet in de lijn der verwachting ligt. Misschien in Het Concertgebouw.