Interview

De goddelijke blik van Brahms

Uit het Preludium maandblad september 2018

Pianist Nikolai Lugansky speelt deze maand Brahms bij het Noord Nederlands Orkest in Het Concertgebouw. ‘Het Tweede ­pianoconcert is Goethe, met die afstandelijke, bijna goddelijke blik op de menselijke tragedie.’

Als Nikolai Lugansky niet ergens in de wereld een concert aan het geven is woont hij in Moskou, waar hij een van de pianoprofessoren aan het conservatorium assisteert: ‘Ik ben heel blij dat ik kan helpen door af en toe naar het spel van studenten te luisteren.’ Zelf studeerde hij ook in Moskou, als leerling van Tatjana Kestner, Tatjana Nikolaeva en Sergei Dorensky, waarmee hij stevig in de traditie van de Russische pianoschool staat.

Nadat Lugansky diverse prijzen won, waaronder de Rachmaninoff Competitie in Moskou in 1990 en het Tsjaikovski Concours in 1994, werd hij op de internationale podia gelanceerd als de eerste van een nieuwe generatie grote Russische pianisten. Die reputatie werd kracht bijgezet met succesvolle uitvoeringen en prijswinnende cd-opnamen van diverse pianosolowerken én alle pianoconcerten van Rachmaninoff en Prokofjev.

De keerzijde van zo’n reputatie is dat je bijna zou vergeten dat Lugansky zijn meesterschap net zo overtuigend heeft aangetoond in ander repertoire dan alleen het Russische. Zijn leermeesters uit Moskou hadden immers veel méér te bieden dan alleen die magische sleutel tot de finesses van de Russische pianomuziek.

Desgevraagd relativeert Lugansky dan ook het onderscheidende karakter van zijn achtergrond: ‘De Russische pianoschool is zo’n breed begrip. De methodes en leraren daarvan zijn net zo divers als die uit de Europese pianotraditie. Mijn allereerste favoriete componisten waren Beethoven en Chopin, ik had mijn eerste belangrijke optredens in Moskou met muziek van Bach en Mozart, en ik nam cd’s op met de pianoconcerten van Chopin en Grieg en solorepertoire van Liszt en Schubert. De belangrijkste ervaringen in muziek zijn voor mij niet verbonden met een taal of een land, maar met associaties als de kosmos, passie, God en vrede.’

Liefde voor kamermuziek

Deze maand soleert hij in het Tweede pianoconcert van Johannes Brahms bij het Noord Nederlands Orkest. Van Brahms speelde Lugansky al ‘vrijwel alles’, waaronder ook zijn kamermuziek, in samenwerking met diverse musici met verschillende opvattingen en ideeën. Heeft dat geleid tot een dieper begrip van de pianoconcerten?

‘Jazeker, dat gaat vooral op bij Duitse componisten, die altijd een groot belang hebben gehecht aan kamermuziek. Met name Beethoven en Brahms springen er voor mij in dat opzicht uit. Zij excelleerden in kamermuziek, zowel kwalitatief als kwantitatief. De enorme berg serieuze kamermuziekcomposities die ze produceerden vormt een volwaardig, representatief genre.’ Lugansky verwijst naar het langzame deel van het Tweede pianoconcert van Brahms: ‘De opvallende cellosolo daarin vormt een dialoog met de piano en getuigt van Brahms’ liefde voor kamermuziek.’

Beethoven & Brahms

Lugansky, die ook alle ­pianoconcerten van Beethoven op zijn repertoire heeft, legt graag een verband tussen Beethoven en Brahms: ‘Beethoven was Brahms’ allergrootste voorbeeld, en de eerste persoon om de kunst van af te kijken. Beethoven en Brahms bevinden zich op dezelfde lijn, beiden hebben de door Haydn geïntroduceerde sonatevorm verder uitgebouwd. Brahms was echt Beethovens opvolger. Neem de introductie met de solocadens van het eerste deel van Brahms’ Tweede pianoconcert, dat deed Beethoven ook in zijn Vierde en Vijfde pianoconcert; qua vorm komt Brahms daarmee heel dicht bij Beethoven.’

Lugansky wijst ook nog op de parallellen in hun persoonlijke levens: ‘Beiden waren eenlingen, zijn nooit getrouwd, hadden geen gezinsleven.’ En dan lachend: ‘Maar waarschijnlijk was Brahms wel iets vriendelijker dan Beethoven. Ze verschilden in hun emotionele benadering: Beethoven is voor mij een uitgesproken ‘mannelijke’ componist, terwijl Brahms, in artistiek-filosofisch opzicht à la Goethe, ook vrouwelijke kanten in zijn muziek heeft.’

Bekijk het septembernummer van Preludium

Pas ruim een jaar geleden speelde ­Lugansky het Eerste pianoconcert van Brahms voor het eerst in de ­Verenigde Staten. In interviews rond zijn tournee met het Sint-Petersburgs Philharmonisch Orkest en dirigent Joeri Temirkanov benadrukte de pianist meerdere malen dat het voor hem de eerste keer was dat hij zich op dat continent met een niet-Russisch werk presenteerde.

In Nederland deed hij dat al veel eerder: met het Noord Nederlands Orkest toerde hij al in 2001 door Nederland met dit ­pianoconcert, toen onder leiding van Alexander ­Liebreich. Nu, zeventien jaar later, komt het Tweede pianoconcert aan bod, onder leiding van de jonge Britse ­dirigent Kerem Hasan, wiens ster rijzende is.

Worsteling en berusting

‘Ik ben heel benieuwd naar hem, ik zie er altijd naar uit om een nieuwe samenwerking aan te gaan’, aldus Lugansky. Ook de muziek zelf vraagt een andere aanpak. ‘Beide pianoconcerten zijn zo verschillend dat ik niet kan uitmaken welke ik het liefst speel.’ ‘Het Eerste ­pianoconcert is een werk van een jonge man die worstelt met pijnlijke gevoelens.

Het Tweede is een andere wereld. Toen Brahms dat werk schreef was hij een volwassen man op rijpere leeftijd, die boven zijn emoties stond en berustte in de moeilijkheden van het leven. Dit verschil in temperament is terug te horen.’ Lugansky maakt nog een andere vergelijking: ‘In het Eerste pianoconcert ervaar ik een connectie met de Russische cultuur, met die nadruk op sterke emoties, en dat gevoel van Sturm und Drang dat in de negentiende eeuw vooral via de invloed van Schumann al was overgebracht naar Russische componisten. Maar het Tweede pianoconcert staat juist ver van Rusland af! Dat is Goethe, met die afstandelijke, bijna goddelijke blik op de menselijke tragedie.’