Terugblik

Grote nachtmuziek

Uit het Preludium maandblad september 2018

Rond 1960 was Het Concertgebouw het brandpunt van de jazzbeleving in Nederland. Het was de plek waar nieuwe klanken voor het eerst hoorbaar werden. Zestig jaar na dato is de magie van de nachtconcerten nog niet vervaagd.

Geen museum

Met de serie Dutch Jazz Heritage sluit Het Concertgebouw – in nauwe samenwerking met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC) en het Nederlands Jazz Archief (NJA) – aan bij die glorieuze traditie. Daarbij zal zowel de historische context als de levende muziekpraktijk van de eenentwintigste eeuw volop aan bod komen.

Het NJA is we vanaf de jaren negentig in het gelukkige bezit van een grote verzameling opnamen uit Het Concertgebouw, die impresario Lou van Rees oorspronkelijk voor zijn privé-archief had gemaakt. Sinds 2007 geeft het NJA die concertregistraties op cd uit, in de reeks Jazz at the Concertgebouw.

Tot dusverre zijn twaalf cd’s verschenen, steeds voorzien van een uitvoerige toelichting en verlucht met concertfoto’s van topfotografen zoals Ed van der Elsken en Eddy Posthuma de Boer. In 2012 kreeg het NJA een Edison voor de gehele serie.

Start / pauzeer slideshow

Drie van deze NJA-cd’s vormen nu het uitgangspunt voor drie Dutch Jazz Heritage-concerten, maar de muzikale benadering door het Jazz Orchestra of the Concertgebouw zal zeker niet strikt museaal zijn. De jazz van toen wordt in de tegenwoordige tijd geplaatst door naast gelouterde veteranen ook jonge solisten te presenteren die op hun eigen manier eer betonen aan de grootmeesters van weleer. Solisten en bandleden komen aan het woord, en het historische verhaal wordt gepresenteerd aan de hand van geprojecteerde foto’s en audiovisuele fragmenten.

Davis

Het eerste concert, op 1 november, grijpt terug op een van de schokkendste momenten uit de Nederlandse jazzgeschiedenis. Jazzplaten werden in die tijd met aanzienlijke vertraging uit Amerika geïmporteerd, zodat de nachtconcerten soms letterlijk ongehoorde muziek brachten. Dat faseverschil kon pijnlijke misverstanden veroorzaken, bij concertgangers en recensenten.

Bekijk het septembernummer van Preludium

Het optreden van Miles Davis en John Coltrane op 9 april 1960 bewoog diverse jazzscribenten tot verontwaardigde formuleringen waar ze vermoedelijk niet graag aan worden herinnerd. Ruud Breuls en jeugdtalent Ian Cleaver mogen nu als trompetsolisten bij het JOC de muziek van Miles Davis (1926-1991) interpreteren.

Monk

Op 18 januari 2019 staat pianist Thelonious Monk (1917-1982) centraal, naar wiens Nederlandse debuut jarenlang ademloos werd uitgekeken totdat hij op 15 april 1961 eindelijk naar Het Concertgebouw kwam. Het succes was zó groot dat Lou van Rees prompt een tweede Monk-concert organiseerde, op 20 mei 1961.

Vele liefhebbers waren geschokt omdat Monk alleen na de pauze speelde – het Trio Pim Jacobs kreeg de ondankbare taak het gat voor de pauze te vullen. Maar de set die het Thelonious Monk Quartet die nacht uiteindelijk speelde en die het NJA op cd heeft uitgebracht, was van een enorme intensiteit. Op 18 januari 2019 zullen twee solisten samen met het JOC hun contrasterende visie op Monks muziek geven: Peter Beets, onder meer vaste pianist van het JOC, en de Duitse pianist Alexander von Schlippenbach.

Baker

Het concert van 25 april 2019 ten slotte is gewijd aan Chet Baker (1929-1988), die op 17 september 1955 met zijn trompetspel en zang schrijver Remco Campert en alle andere luisteraars in de Grote Zaal tot diepe ontroering bracht. Chet Bakers leeftijdgenoot Ack van Rooyen (1930) en de drie generaties jongere Gidon Nunes Vaz (1991) brengen zijn muziek samen met het JOC tot leven.