Interview

Dit orkest serveert geen frisdrank

Uit het Preludium maandblad mei 2018

Jaap van Zweden is totaal bezeten van wat hij doet, maar zijn gezinsleven gaat voor. 'Je moet niet raar opkijken als ik op een maandagmorgen meld dat ik ermee stop.' Deze week dirigeert hij Bruckners Achtste bij het Concertgebouw­orkest.

‘De klank van het Koninklijk Concertgebouworkest maakt deel uit van mij DNA’, zegt Jaap van Zweden. ‘Sinds mijn vertrek als concertmeester hebben het orkest en ik een eigen weg bewandeld. En toch blijft wat ik al die jaren met mijn collega’s heb gedeeld in mijn bloed zitten.’

Het is negen uur ’s morgens in Dallas als de maestro een moment de tijd heeft voor een telefonisch interview. Jaap van Zweden dirigeert op 2, 3 en 6 mei Bruckners Achtste symfonie bij het Concertgebouworkest in zijn geboortestad, en kijkt er erg naar uit. ‘Mijn ervaring als dirigent de afgelopen decennia heeft me de mogelijkheid gegeven een eigen Bruckner-visie te ontwikkelen.

Bruckner als een bouwwerk

Als ik straks in Amsterdam met het Concertgebouworkest de Achtste ga uitvoeren, denk ik dat mijn ideeën over dit werk heel gemakkelijk aansluiten bij de klank van het orkest. Het is altijd een ontmoeting, en je vindt elkaar uiteindelijk in het midden.’

‘De klank van het Concertgebouworkest is verzorgd, nooit grof. Dit orkest serveert geen frisdrank, maar een mooie rode wijn. De musici spelen nooit hard, altijd ‘rond’.

Bruckner vraagt daar ook om: niet hard, maar groots. Die klank komt mede door de akoestiek van de Grote Zaal, die speelt een belangrijke rol. Ik herinner me dat we op tournee altijd ons eigen geluid terugvonden, in welke zaal we ook speelden. Daarin is het orkest uniek.’

'Mahler zocht naar God en Bruckner vond hem'

‘Net als bij veel andere componisten is het technische gedeelte bij Bruckner van groot belang, bijvoorbeeld het ademhalen. Waar halen de blazers adem? Dat is voor de strijkers belangrijk om te weten, en waarom, zodat ze mee kunnen ademen. Ademhaling is een belangrijk ding bij Bruckner: als musicus moet je je goed realiseren hoe de frases in elkaar zitten, waar een muzikale zin begint en eindigt.

Het allerlastigste bij Bruckner is de discipline die nodig is om zijn bouwwerk goed in elkaar te kunnen zetten. Je moet enorm focussen, en op het juiste moment loslaten om het geheel te laten ademen. Als je Stravinsky’s Le sacre du printemps dirigeert moet je met z’n allen voortdurend op de punt van je stoel zitten, dat is een heel andere manier van scherp zijn.’

Voorbij aan emotie

‘Wanneer ik Bruckner erbij pak, probeer ik altijd iets nieuws te doen. Iedere dag sta ik op als een leerling. Dit is zo’n bijzondere componist. Mahler zocht naar God en Bruckner vond hem, zoiets. Mahler is de man van de emoties, Bruckner gaat daaraan voorbij, bij hem gaat het over de schoonheid van de muziek. Daar voel ik heel veel bij.

Start / pauzeer slideshow

Voor mij zijn er twee componisten die de kracht hebben om je vanbinnen helemaal schoon te maken: Bach en Bruckner. Als ik Bruckner heb gedirigeerd of als luisteraar heb beleefd tijdens een concert, kan ik vederlicht thuiskomen. Ik maak dan een transcendente ervaring mee, zelfs wanneer ik dirigeer. Al het andere, al het wereldse om ons heen is totaal onbelangrijk geworden.

Ik weet niet hoe dat komt, ik ken het geheim van Bruckner niet. Het gaat heel duidelijk niet om de componist, maar alleen maar om de muziek en de schoonheid daarvan. Er is een periode geweest in de schilderkunst waarbij schilders hun naam niet onderaan op het doek zetten – hun ego was niet belangrijk. Dat heeft Bruckner ook. En door de schoonheid en de verstilling te ervaren heb je eigenlijk het geheim al te pakken, terwijl je niet weet hoe de componist dat heeft gerealiseerd.’

Nooit een druppel alcohol

De Amsterdammer Van Zweden heeft een flitsende carrière. Hij zwaait de scepter bij het Dallas Symphony Orchestra en is chef van het Hong Kong Philharmonic Orchestra, en ook de New York Philharmonic haalde hem binnen. Hoewel hij dit seizoen al een en ander in de Big Apple dirigeert, begint hij er na de zomer pas echt als chef-dirigent, wanneer hij Dallas vaarwel heeft gezegd.

‘Welke kwaliteiten je moet bezitten om een groot dirigent te worden? Ik denk dat je niet naar succes moet verlangen, zo eenvoudig is het. Je moet er niet van afhankelijk zijn, je moet verslaafd zijn aan de muziek, niet aan het applaus. Als ik straks begraven word, loopt er geen applaus achter mijn kist, maar familie.’

‘Elke dag als ik opsta en de partituur ligt voor me, denk ik: wat is dit een feest. Wat kan ik ontdekken in deze noten? Als ik dat niet zou denken of voelen op die manier, zou ik dit werk niet vol kunnen houden. Verder heb ik nog nooit een druppel alcohol gedronken of een sigaret aangeraakt, dat is ook belangrijk voor me.

De zin van het leven, en dit klinkt heel eenvoudig, is dat je er zin in hebt, iedere dag weer. Ik kan me een ander leven niet voorstellen. Ik sta vanaf mijn negende op het podium, ik ben totaal bezeten van wat ik doe. Maar ik ben niet iemand die tot zijn tachtigste doorgaat met dirigeren. Ik heb een heel gelukkig gezinsleven, en ik wil graag bij mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen zijn. Je moet niet raar opkijken als ik op een maandagmorgen meld dat ik ermee stop.

‘Als ik straks begraven word, loopt er geen applaus achter mijn kist, maar familie’

Mentaal is dit werk behoorlijk pittig. Iedere week dirigeer ik een ander programma. Van Wagners Götterdämmerung swing ik naar Stravinsky’s Sacre, en het komende seizoen in New York dirigeer ik zeven wereldpremières. Dat zijn enorme hoeveelheden partituur.

Aan de andere kant: er is niets zo leuk om met levende componisten te mogen werken. En het is ook een luxe om hun te kunnen vragen wat ze hier of daar precies bedoelen met de noten. Dallas is conservatiever, daar heb ik de nieuwe muziek een beetje gemist.’

‘Ik voel me onvoorstelbaar trots op het Concertgebouworkest. Dat een klein land als Nederland zo’n goed orkest heeft, is bijzonder. De verantwoordelijkheid die het draagt als wereldberoemd orkest is enorm. En dat de musici het volhouden om steeds maar aan die top te blijven staan is zeer bewonderenswaardig.’