Achtergrond

Op stevige ramkoers met het nationaalsocialisme

Uit het Preludium maandblad april 2018

Componist Karl Amadeus Hartmann (1905-1963) kon en wilde geen muziek componeren zonder zijn humanistische levensvisie uit te dragen. De prijs die hij ervoor betaalde: twaalf jaar lang geen uitvoeringen in eigen land.

leestijd: 5 tot 6 minuten

In het gezin waarin Karl Amadeus Hartmann aan het begin van de vorige eeuw opgroeide was kunst dagelijkse kost. Vader schilderde niet onverdienstelijk, moeder was weg van Wagner en theater. In huiselijke kring werden regelmatig toneelstukken opgevoerd. Boeken waren ruim voorhanden; Hartmann herinnert zich in zijn memoires hoe zijn vader voor het ochtendgloren al met een boek in de hand zat.

Op zijn tiende zag de jonge Karl zijn eerste opera in het Hoftheater in München. Der Freischütz van Weber maakte diepe indruk en leidde tot zijn eerste pogingen zelf muziek te componeren. Het socialisme speelde een minstens even belangrijke rol in het gezin Hartmann. Vader was een socialist in hart en nieren, broer Richard verspreidde als communist antifascistische pamfletten en vluchtte in 1933 naar Zwitserland. Op een haar na miste hij de stormtroepen die zijn ouderlijk huis binnenvielen.

Ramkoers

Op negentienjarige leeftijd werd Hartmann aangenomen als student aan het conservatorium van zijn geboortestad München. Het behoudende muzikale klimaat van het instituut was een uitstekende voedingsbodem om zelf een podium voor nieuwe muziek te creëren. Vader Hartmann en oudste broer Adolf waren betrokken bij een groep moderne kunstenaars, de ‘Juryfreien’.

Na enig aandringen mocht Karl vanaf 1928 bij de zomertentoonstellingen concerten met moderne muziek organiseren. Vier jaar lang werden werken uitgevoerd van componisten als Bartók, Hába, Hindemith, Schulhoff, Milhaud, Stravinsky en natuurlijk Hartmann zelf.

Start / pauzeer slideshow

Luisteraars hoorden in de muziek uit zijn studententijd invloeden van jazz, futurisme, dada en variété in de meest ongebruikelijke bezettingen als bijvoorbeeld hoorns, piano en slagwerk. In deze periode zette hij ook teksten van Karl Marx en de communistische dichter Johannes Becher op muziek. Al jong lag Hartmann daarmee op stevige ramkoers met het nationaalsocialisme.

Bekenntnismusik

Enkele weken na Hitlers machtsovername kon de Beierse radio niet garanderen dat Hartmanns compositie Burleske Musik uitgezonden zou worden. Het kwam er ook nooit meer van, zonder opgaaf van reden. Ook uitgever Schott wilde zich niet langer aan de openlijk subversieve muziek branden, met het excuus dat er geen markt voor zou zijn. De groep ‘Juryfreien’ was inmiddels ontbonden.

En toch vond Hartmann dat hij zich moest uitspreken in zijn muziek, niet uit wanhoop of angst, maar om een tegenstem te bieden. Zijn eigen stem verloochenen om uitvoeringen mogelijk te maken was geen optie, hij besloot zich te richten op het buitenland. Daarbij vond hij dirigent Hermann Scherchen aan zijn zijde.

De als sterk antifascistisch bekend staande landgenoot had zich in Zwitserland gevestigd en dirigeerde in september 1935 tijdens het festival van het internationale gezelschap voor contemporaine muziek ISCM in Praag Hartmanns symfonische gedicht Miserae. Duitsland had zich inmiddels uit dit als vijandig beschouwde verband teruggetrokken en Hartmann nam deel als onafhankelijk componist.

Ook uitgever Schott wilde zich niet langer aan de openlijk subversieve muziek branden

Het Algemeen Handelsblad schreef op 13 september 1935: ‘Een verrassing bood de merkbaar ethische kracht in de ‘Miserae’-symphonie van den Duitscher Karl Amadeus Hartmann. In deze strenge ingetogen en innerlijk geladen muziek voelt men reeds iets van een volksfatum; zooiets heeft alleen iemand kunnen schrijven, die in zijn jong leven op de onrust van de wereld pijnlijk reageert en in zijn muziek de bevrijding ervan tot slot zet, als verwachting, nog niet als vervulling.’

Wat de recensent niet kon weten, is dat Hartmann op de partituur waaruit Scherchen dirigeerde een opdracht geschreven had: ‘aan mijn vrienden, die moesten sterven bij honderdtallen en die in eeuwigheid slapen, we zullen jullie niet vergeten’.

Verborgen verzet

Ook op andere manieren getuigde Hartmann van verzet in zijn muziek. In het strijkkwartet dat een jaar later in Genève bekroond zou worden, verwerkte hij een Hebreeuwse melodie. In andere werken gebruikte hij citaten uit revolutionaire arbeidersliederen (onder andere de Internationale) en jazzfragmenten. Hartmann verzette zich door verboden muziek te omarmen.

Het Concerto funebre ging onder de oorspronkelijke titel Musik der Trauer in 1940 in Zwitserland in première. Als persoonlijk contrapunt tegenover de jubelstemming die de invasie in Polen begeleidde, schreef Hartmann zijn ‘muziek van verdriet’. De repeterende achtste noten in het snelle deel doen niet alleen denken aan geweervuur, maar verwijzen ook naar de ritmisch sterke muziek van Béla Bartók en Igor Stravinsky, weinig geliefd in het Derde Rijk. Had zijn protest eerder nog een zeker optimisme gekend, in dit werk voor viool en strijkers klinkt ook zijn angst door.

Hartmann zelf verklaarde dat de koralen aan het begin en einde vertrouwen moesten verklanken. De gebruikte melodie in het slotkoraal is echter geen kerkmuziek, maar een strijdlied uit de Russische revolutie van 1905. Hij kende dit lied ongetwijfeld doordat Scherchen – die in de Eerste Wereldoorlog in Rusland gevangen gezeten had – het eerder voor koor bewerkte. De verborgen boodschap: het socialisme zou overwinnen.

Schijn ophouden

Het zou de laatste uitvoering van Hartmanns werk zijn tot 1945. Toen de oorlog ook uitvoeringen in het buitenland onmogelijk maakte, besloot Hartmann zich terug te trekken als componist. In hoeverre kun je spreken van verzet als het protest nergens te horen is? Het componeren van verzetsmuziek – waar hij ook in de oorlog mee doorging – was niet geheel ongevaarlijk. In het heetst van de strijd heeft hij al zijn manuscripten in een zinken kist in de bergen begraven, twee meter diep.

Zijn leerling Hans Werner Henze meende dat het aan papier toevertrouwen van zijn muziek voor de componist voelde als het maken van illegale vlugschriften of het verbergen van verboden waar. Na de oorlog verklaarde Hartmann actief te zijn geweest in een verzetsgroep die politieke en etnische vluchtelingen verborg. Tegelijkertijd zijn de aantekeningen in zijn nazi-dossier verbazingwekkend positief: ‘Hij doneert royaal en gebruikt de Hitler-groet.’

Volgens eigen zeggen overleefde Hartmann de oorlog door ‘veel listigheid en slimheid’. Hij zocht en vond een balans tussen trouw blijven aan zijn antifascistische idealen enerzijds en de uiterlijke schijn net genoeg ophouden om zichzelf en zijn gezin niet in gevaar te brengen anderzijds. De muziek die hij twaalf jaar lang niet in zijn eigen land kon laten horen getuigt onweerlegbaar van zijn sympathieën.

Na de oorlog werd Hartmann door de geallieerden aangesteld als dramaturg van het Beierse Staatstheater. In die hoedanigheid bracht hij verboden muziek terug op het podium. Tijdens het tweede concert in de serie met de veelzeggende titel ‘Musica Viva’, eind oktober 1945, klonk zijn eigen vioolconcert opnieuw.

Concerten met muziek van Hartmann

donderdag 12 april: Oorlog & Vrede - samenwerking met Het Verzetsmuseum (tentoonstelling)
vrijdag 13 april: Gatti meets Kavakos