Column

New York, New York

Uit het Preludium maandblad februari 2018

Het Concertgebouworkest bracht in februari een bliksembezoek aan New York. De moeite van het wennen aan het tijdsverschil konden we ons besparen. Dat was vroeger wel anders.

Een paar weken geleden bracht het Koninklijk Concertgebouworkest een flitsbezoek aan New York om twee concerten te geven in de beroemde ­Carnegie Hall aan de 7th Avenue. Het is bijna niet te geloven, maar in minder dan vijf dagen waren we uit en thuis. De moeite van het wennen aan het tijdsverschil konden we ons daardoor besparen. De concerten begonnen alleen maar een beetje laat, om 2 uur ’s nachts om precies te zijn. Het is wonderbaarlijk om te merken dat tijdens het spelen, hoe moe je ook bent, de adrenaline altijd weer zorgt voor uiterste alertheid.

In vijf dagen uit en thuis. Dat hadden ze zich in 1954 nog niet kunnen voorstellen. In dat jaar reisde het orkest per boot vanuit Rotterdam in tien dagen naar de Verenigde Staten, om daar tijdens een rondreis van 53 dagen onder leiding van Eduard van Beinum twee dozijn concerten te geven. De bedoeling was om op de boot te repeteren – tijd zat – maar er waren zoveel musici zeeziek dat er van repeteren helaas niet veel terecht kwam.

'Zingt u er ook bij?'

Verwachtingspatronen waren sowieso ver te zoeken, het was de eerste keer dat het orkest de VS bezocht. Vragen uit het publiek als: ‘Wat brengt uw show en zingt u er ook bij?’ of ‘Als u terug bent blijft uw band dan bij elkaar?’ spreken boek­delen. Dat is nu natuurlijk allemaal heel anders, het publiek weet precies wat het kan verwachten en wijzelf hebben de eer om de standaard die onze voorgangers hebben gezet te evenaren. Ik geloof wel dat de saamhorigheid en de musiceervreugde die volgens Amerikaanse recensenten in 1954 van het ensemble afspatten nog steeds tot onze kernwaarden behoren.

De stad New York heeft op de musici van toen vast een minstens zo verpletterende indruk gemaakt als nu op ons. Na aankomst niet naar bed willen gaan, hoe laat het ook is. Naar de straat getrokken worden, daar waar de lichtgevende reclames van de musicals lonken, de Deli-bars 24/7 open zijn en de slierten stoom op iedere hoek van de straat uit de putten komen.

De stad waar, als je dan eindelijk toch in je bed ligt, de sirenes blijven getuigen van het eeuwig doorgaande leven op straat. Zoals Liza Minelli en Frank Sinatra al zongen in het onsterfelijke lied New York, New York: ‘I wanna wake up in a city that doesn’t sleep.’ Dazzling. Toch jammer dat het maar vijf dagen waren.

Anna de Vey Mestdagh is tweede violiste in het Koninklijk Concertgebouworkest. Maandelijks schrijft ze openhartig over het orkestleven.

Lees meer columns