Terugblik

Uit 1954: de eerste oversteek van het Concertgebouworkest

Uit het Preludium maandblad november 2016

Ook dit jaar gaat het Koninklijk Concertgebouworkest naar New York en Washington voor een bliksembezoek. De eerste keer dat het orkest de grote oversteek maakte, in 1954, ging dat heel anders. Preludium deed daar toen uitgebreid verslag van.

Zo’n honderdtwintig orkestleden gingen op 1 oktober 1954 scheep in Rotterdam, om op 11 oktober aan wal te gaan in New York. Chef-dirigent Eduard van Beinum en tweede dirigent Rafael Kubelik wachtten hen op. In 53 dagen moesten 45 concerten gespeeld worden, vrijwel dagelijks in een andere stad. Per bus – vaak met politie-escorte, tot groot plezier van de ­musici – werd zo’n beetje het hele oostelijk deel van de Verenigde Staten bereisd, met een uitstapje naar het Canadese Toronto.

Hoe kleiner de plaatsen die bezocht werden, hoe groter de zalen. Lexington, met 15.000 stoelen en een zaalbezetting van 10.000 man, brak alle records. Voor het publiek in de kleinere steden was het bezoek van een symfonieorkest vaak een uitzonderlijke gebeurtenis die ongebruikelijke vragen opriep: ‘Wat gaat u spelen op uw show? Zingt u er ook bij?’ En ‘als jullie terug zijn, blijven jullie dan bij elkaar?’, waarop een orkestlid ­antwoordde dat ze al zestig jaar bij elkaar waren. ‘Hij keek me aan of ik gek was.’

Een goed figuur

Maar het publiek was laaiend enthousiast en bracht – zelden vertoond in de VS – staande ovaties. De vrees van de luisteraars dat de live concerten in het niet zouden vallen bij de volmaakte uitvoeringen die ze van de platen kenden, bleek ongegrond. ‘... kennelijk verdachten zij dirigent en orkest ervan alle mogelijke “tricks” te hebben toegepast bij de opname.

Start / pauzeer slideshow

Zichtbaar opgelucht kwamen zij mij later verzekeren dat hun vrees volkomen ongegrond was gebleken,’ noteert een bestuurslid dat mee was op tournee. ‘Aangezien zich onder deze vertegenwoordigers [officials in het publiek, red.], behalve fervente muziek-idealisten, ook altijd enkele bijzonder keiharde zakenlieden bevinden, mogen wij aannemen dat hun uitlatingen meer zijn dan louter plichtplegingen.’ Een Amerikaanse violiste zei het zo: ‘Jullie jongens slaan hier een goed figuur.’

Eenheid

De pers was het daarmee eens. De ‘saamhorigheid en musiceervreugde’ waren niet alleen voor de orkestleden zelf een rode draad, maar ook voor de journalisten. ‘Everything happens because the men of the orchestra from the moment they address themselves to the music, are kindred spirits. Conductor and orchestra are playing together with an esprit de corps that sweeps all before it’, schreef de Boston Herald.

‘This quality of one-ness is most graphically illustrated in the very presence of the orchestra’s conductor, Eduard van Beinum, for while he certainly ranks with the greatest orchestral conductors of the day, he hardly ever conducts in the current sense of the word.’ Of zoals Van Beinum het eens formuleerde: ‘Ik voel mij altijd als de primarius van een kamermuziekensemble.’

In het concertarchief op de website van het Concertgebouworkest kunt u opzoeken wat er tijdens deze tournee werd gespeeld, en wanneer en waar. De foto’s en bijschrijften zijn afkomstig uit diverse Preludiums uit 1954 en 1955 en uit het fotoarchief van het orkest.